Uit mijn dagboek, dat in 2028 door mijn zoon werd gevonden:

==

Echt grote winters waren aan het begin van de 21ste eeuw nog niet voorgekomen. Er waren weliswaar stevige vorstperiodes voorgekomen, er was geschaatst en en waren in de jaren 2008 – 2010 serieuze hoeveelheden sneeuw en ijs voorgekomen, maar van een Elfstedentocht was het niet meer gekomen. Sommige experts beweerden dat er nooit meer sneeuw zou vallen en er nooit meer geschaatst zou worden, anderen beweerden dat serieus koud weer nog altijd tot de mogelijkheden behoorde. De winter van 16 – 17 zou de laatsten gelijk geven.

Het voorspel
In tegenstelling tot andere jaren raakte de poolwervel in de maanden oktober – november niet op stoom, waardoor er op onze breedten veelal een meridionaal stromingspatroon bestond met, gek genoeg, een stevig poolhoog waar je normaal een laag zou verwachten. Op de weerkaarten dook regelmatig hogedruk op in de regio Groenland maar, doordat de systemen te westelijk lagen kwam de Benelux in de zuid-noordgerichte warme kant van de scheidslijn tussen koude en warme luchtmassa’s te liggen. In Ierland was de winter al begonnen. Op een paar nachtvorstjes in een rustig verlopende oktober na, was er bij ons weinig winters te bespeuren. Na een koele eerste week van november met rustig, grijs hogedrukweer, werd op 13 november een nieuw warmterecord gevestigd: in De Bilt werd het maar liefst 21,3 graden.

Uit het archief van Weerwoord, een Nederlands-Vlaams weerforum:

“Ik ga zwemmen…” (Frank, Doetinchem)
“Op +356 zie ik Der Hammer!” (Seppie)

Uit mijn eigen dagboek:
De sfeer op weerwoord is gespannen en de discussies gaan niet over het weer, maar over de wijze van communiceren met elkaar.

De Inleidende Beschietingen
Waar het op 13 november nog 21,3 graden werd, zag dat er een week later totaal anders uit. Het vanuit de pool gesteunde Groenlandhoog breidde zich uit naar Scandinavië zodat er één groot, noordelijk hogedrukbolwerk ontstond. Van de ‘andere kant’ van de globe kwamen berichten over overstromingen en natte herfststormen. Tot diep in Canada was er geen spoortje van winter te bekennen. Vanaf 16 november gaat het koudereservoir, dat zich bliksemsnel gevormd had, op transport naar onze regionen. De pluim liet een spectaculaire en eensgezinde daling van de temperatuur zien met in de nacht lichte tot matige vorst en overdag temperaturen iets boven nul. Een enkel lijntje maakte het helemáál bont met ’s nachts strenge tot zeer strenge vorst met overdag overwegend matige vorst en een harde oostenwind. “Een uitbijter” was de consensus op het forum.

Het KNMI is nog conservatief in zijn verwachting: “In de loop van de week temperaturen dalend naar iets onder normaal, met in de nacht op uitgebreide schaal lichte vorst”

Uit het Archief van weerwoord:
“Pas als het binnen +6 op de kaarten staat geloof ik het “(Marcus)
“Ik ben hout inslaan…” (Frank)
“Bier en tieten!! (Micha)

Uit mijn eigen archief:
De sfeer op Weerwoord valt uiteen tussen de euforie der Seppianen en de rem der Preciezen. Men houdt de adem in.

De overval
Er zijn van die weerdagen die je nooit vergeet. Zo vergeet ik nooit hoe ik in Davos (Zwitserland) bij +5 graden een kleffe sneeuwut bouwde op mijn verjaardag: 2 januari 1979. En ik een donderend geraas hoorde. In de verte, in het dal, kwam een witte muur op mij en mijn neefje af, denderend zoals je in de zomer overvallen kunt worden door een rolwolk. En binnen 5 minuten was de temperatuur gedaald van +5 naar -5.

De overval van 21 november was zo iets. Omdat ik nog herstellende van mijn chemo’s thuis zat kon ik het allemaal uitgebreid volgen. De kou kwam om 09:21 binnen bij Nieuw Beerta, dat als eerste onder 0 zakte. Op dat moment gaf mijn thermometer nog +11,1 aan. Een uur later: Nieuw-Beerta -6,6 bij NNO 6 en bij mij +8,2. De scheidslijn van de vorst lag ruwweg op de lijn Den Helder – Lelystad – Arnhem. Op het front ging het flink te keer, met woeste oostenwinden en veel, heel veel neerslag. Op Weerplaza volgde ik de actuele stand en op het moment dat ik de frontpassage verwachtte ging ik op het keukendak staan om te kijken wat er naderde. Om 11:43 zag ik de witgrijze muur opdoemen in de verte. De lauwe wind in mijn rug trok aan. De lucht was een soort staalgrijs met witte strepen. Het naderende front maakte een suizend geluid en ik voelde het op mijn oren toen het paseerde. In één klap was de natte druipherfst verdreven door diep-winters weer: horizontale sneeuwjacht, een fluitende, striemende ooster en slecht zicht. Ik zág de plassen op ons keukendak bijna bevriezen: eerst viel daar de sneeuw in en die prut was binnen no-time kei- en keihard bevroren.

In Nederland was sprake van een verkeersinfarct. De snelwegen werden niet druk genoeg bereden om sneeuwvrij te blijven en al werden ze dat wel: hier was geen kruid tegen gewassen. De strooidiensten, die hier niet op gerekend hadden, streden een verloren strijd. Een (naar naderhand bleek) slecht onderhouden gas-distributiestation in het noorden begeeft het, waardoor het zwaar getroffen Groningen zonder gas komt te zitten.

Een weeralarm blijft om onduidelijke redenen uit.

Uit het archief van Weerwoord:
“Ik moet het allemaal nog zien: hier vooraan het huis gewoon +2,1” (Sjoerd)
“Help!” (Anco)
Veel foto’s uit het noorden waar half-ingesneeuwde auto’s staan op plekken waar ooit een weg liep. Treinen lopen vast. InMaasticht zitten ze nog net niet op het terras bij +12,1 en een schraal zonnetje, bij een warme zuidwesten aantrekkend briesje.

Uit mijn eigen archief:
Ik kan niet zo goed peilen hoeveel sneeuw er nou is gevallen, want alles waait steeds weg. In de hoek van de tuin is een duin van 50 cm ontstaan, het gras, dat nog nat is, is bijna schoongeblazen. Er waait een soort sneeuwstof door een kier bij de keukendeur: heel raar om te zien…

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.