Om te snappen wat de echte fall-out van mijn chemisch avontuur is, heb je tijd nodig. Ik ben nu een maand of twee, drie verder en het patroon is, dat er niet echt een patroon is. Dus houd ik me aan de veilige kant van van alles, met wisselende resultaten.

Normaal gesproken moet je altijd nét iets over je eigen grens gaan, anders kom je niet verder. Althans: zo zie ik dat. Maar in mijn post-chemische fase heb ik gemerkt dat dat niet altijd verstandig is. Zo heb ik af en toe een ‘setback’ van een dag of tien waarin even helemaal niets meer gaat. Of althans: weinig. Dan gaan er weer dingen pijn doen, word je moe en ga je twijfelen. En, omdat je zo moe bent, heb je ook nauwelijks de weerbaarheid om De Angstgedachte (‘is het wel echt weg?’) te weerstaan. Dat zijn interne ontploffinkjes en dat is het waarschijnlijk wat de oud-kankerlijers van de rest van de mensen onderscheidt: dat je leert leven met dit gevoel van kwetsbaarheid.

Laag bij de grond

Dat levert ook leuke dingen op. Als je beseft dat je jarenlang tijd hebt zitten verkloten met niets, word je actiever. Het ene muziekproductieproject zijn er nu twee geworden. Ik schrijf een ‘docufictie’-feuilleton over een gruwelijke winter omdat ik nou eenmaal graag net-echte onzinverhalen vertel. Ik ben de zolder op geweest om alle schilderijen die ik uit mijn academietijd had bewaard weer eens te bekijken. De helft was onaf en ik zag binnen een minuut precies waar ik gestrand was. Sterker nog: ik was in één klap weer 20 jaar terug in de tijd, maar had nu de rijpheid om te zien waar ik in mijn jeugdige overmoed gestruikeld was. Ik heb mijn schuur van rommelhoek omgebouwd naar Atelier, geïnventariseerd wat ik nog had aan verf en kwasten en toog naar de schilderswinkel voor wat ontbrekende zaken – mijn zinkwit was op, geen gebrande sienna meer, cadmiumrood was kei-hard geworden, ik had geen konijnenlijm meer en geen damarvernis en zo nog wat.

Nou was ‘mijn’ schilderwinkel in Alphen aan den Rijn anderhalf jaar geleden verpulverd onder een omvallende hijskraan, maar ik trof ze in een tijdelijke ruimte en ging op zoek naar mijn soms merkwaardige poeiertjes. Toen ik op handen en voeten onder een schap lag te graaien (op zoek naar konijnenlijm om een gescheurd schilderij te restaureren) hoorde ik een geamuseerd ‘kan ik u misschien ergens mee helpen?’. Merkwaardige situatie: volwassen man op handen en voeten graaiend onder een schap in een onduidelijke winkel, met iets op zijn hoofd dat het best omschreven kan worden als ‘ruigharige kokosmat’ die iets mompelt over konijnenlijm. Tuurlijk hadden ze dat. Ik raakte met die man aan de praat en al snel kwamen we er achter dat we beiden op onze eigen manier nog blij mochten zijn dat we hier nu stonden. Bij hem had dat een seconde of drie gescheeld. Dat schepte een band. Ik rekende belachelijk weinig af en ben meteen diezelfde dag weer gaan verven. Muziekje erbij, verwarming aan: vrijheid, ook in de geest.

Ook op handen en voeten – dat is blijkbaar een dingetje aan het worden – zat ik op een zaterdag in een studio om de microfoon bij een bassdrum precies goed te richten – dat is millimeterwerk als je het écht goed wilt doen. In een studio in een verlaten school in Leiden, op een steenworp afstand van de verlaten school waar ik Max anderhalf jaar geleden als intens meurend, vermoeid maar vrolijk vers-ontgroend studentje ophaalde en hem binnen 4 nanoseconden van top tot teen volspoot met de deodorant die ik terecht preventief had meegenomen.

En op handen en voeten lag ik in het gras om ooievaars te fotograferen. Dat zit zo: een lieve oude vriend – die mij ook naar de nodige onderzoekjes gebracht heeft – is bloedserieus fotograaf. Dat betekent, dat hij zijn ‘gear’ altijd up-to-date houdt. Een man met een hobby zogezegd en die neemt hij zéér serieus. Op enig moment kwam daar de vraag of ik nog iemand kende die misschien erin geïnteresseerd was om zijn ‘oude’ Canon 5D III over te nemen met wat lenzen en zo. Zomaar, mag je hebben. Omdat mijn valse bescheidenheid ook een van de dingen is die het efgelopen jaar chemisch zijn weggebrand heb ik me dat ding schaamteloos toegeëigend en daar al de meest fantastische foto’s mee gemaakt. Van verbaasde winkeliers tot opgewonden stiertjes, en van broeierig kijkende ooievaars tot woeste wolkenluchten.

Arbeid adelt

Of ik niet ook moet werken? Natuurlijk moet ik dat. Ik reïntegreer. Maar, zoals ik ergens van de zomer heb geschreven: er is een stoelendans geweest en het bedrijf dat ik in februari achter me liet bestaat niet meer. We zijn gefuseerd met een ander bedrijf en na de stoelendans was er nog één krukje over, met daarop het bordje: ‘sales’. Nou heb ik jarenlang mijn eigen tent gerund, maar ik kreeg mijn opdrachten juist door mond-tot-mondreclame. Je zou het niet zeggen, maar ik ben eigenlijk te verlegen voor zoiets. Bovendien snap ik nog niet zo goed wat het product is dat we verkopen én ik sta daar niet alleen in: niemand kan dat echt verwoorden. Dus voel ik me als een ras-keeper (keeper word je omdat je niet kunt voetballen) die geblesseerd is geraakt, revalideert en die bij terugkomst te horen krijgt: oh ja, vanaf nu sta je in de spits en je moet wél doelpunten maken. Het is dat het niet anders is, maar het maakt het niet makkelijker om zomaar, op je bijna 49-ste, een voor jou volstrekt nieuwe functie inhoud te geven zonder dat je weet wat je nou precies verkoopt én zonder de helft van je energie. Iemand zei “Ja hoor eens, je bent óf ziek óf beter. Je kun ook niet een beetje zwanger zijn”. De dienstdoende bedrijfsarts legde mij uit dat die situatie alléén al voor mensen reden kan zijn om eruit te vallen.

Maar ik niet. Ik ben een essentieel onderdeel en geen lijdend voorwerp in die organisatie en ik moet de zaken ‘gewoon even’ mijn kant op zien te draaien. En daar profiteert iedereen dan van. Dan kom ik ‘in mijn kracht’ (enge term) te staan en dat gééft dan energie. Want hoe graag ik hobbymatig ook op handen en voeten zit, professioneel sta ik graag rechtop.

Kortom, daar sta ik nu. Trots en vooral blij dat ik gewoon kerst ga vieren. Wat onzeker maar ook vastberaden over mijn werk. En bulkend van de creatieve energie en ideeën. En zeer langzaam maar wel gestaag weer opverend. Ik wou dat dat sneller ging, maar dat is een keuze die ik nou eenmaal niet heb. We wachten het rustig af.

5 antwoorden
  1. Hans
    Hans zegt:

    Je geest heeft er niet onder te lijden gehad Micha. Wat een indrukwekkende veerkracht straalt uit jouw relaas.
    Nu je hopelijk wat meer onder de mensen komt en Spielberg zich lijkt te hebben teruggetrokken. kunnen wij wellicht elkaar ook weer eens zien. Bedankt voor al jouw pennevruchten. Hopelijk volgen er nog vele.

    Beantwoorden
  2. ad(am)
    ad(am) zegt:

    Hai die Micha,

    Jouw relive valt me beslist niet tegen man! Als je er ‘klaar’ voor bent wil ik graag plaatjes zien van jouw kunstwerken. Ook hoop ik je spoedig in levenden lijve te mogen ontmoeten. Laat me maar wat weten.

    Gr., Adam

    Beantwoorden
  3. ad(am)
    ad(am) zegt:

    ….sorry, nog vergeten: probeer het eens: pak een willekeurig oud onaf schilderij en kwast er overheen, maar zet het doek dan bij de remake wél op z’n kop op de ezel. Je zult zien, er gebeurt dan iets…….

    Beantwoorden
  4. Anne-Tjerk Mante
    Anne-Tjerk Mante zegt:

    Mooie terugblik en doorkijk. Als een yogi van het Zoïsme!

    (En ook als hij het helemaal niet wist / wist hij zeker, zo het is, zoïst!)

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.