Uit mijn eigen dagboek:

Donderdag 2 maart

Gisteren naar het strand geweest om de onwerkelijke taferelen te zien. Er is gewoon, zo ver je ook kan kijken, geen zee meer te zien: het lijkt één grote ijsvlakte. Lijkt? Is! Was best druk op het strand. Bizarre natuurlijke ijssculpturen gezien, heerlijk gegeten in een strandtent-met-walmende-pizzaoven! En weer naar huis geglibberd over de hobbelige A12 die hier en daar metershoge sneeuwduinen doorklieft.

We kunnen nog steeds niet weten wat het weekend gaat brengen. Zoals zo vaak deze winter zijn de verwachtingen de afgelopen dagen verwarrend geweest, wat er toe leidt dat we voor zaterdag niet weten wat ons te wachten staat. De situatie is, dat het Europese continent al drie maanden stijf bevroren is. Er ligt een walmend Eurohoog boven onze hoofden en vanaf de Atlantische Oceaan koerst een natte en warme depressie op het vasteland af. Eerder deze winter werden (bijna-) alle dooiaanvallen moeiteloos afgeslagen en leidden ze tot spektakel van jewelste: het honkvaste hoog wist van geen wijken en dwong de ‘platgeknepen’ depressies stelselmatig een zuidelijke koers te varen. Maar deze depressie ligt toch echt op ramkoers. De berekeningen lopen uiteen van een verregend weekend bij +4 tot een bulderende Ooster bij -6. En zoals zo vaak, zal de waarheid wel in het midden liggen. Misschien wordt het gevecht boven onze hoofden uitgevochten – zoals dat deze winter elke keer weer het geval was.

Ik zal niet de enige winterliefhebber zijn die de kou, de ongemakken en het dure leven nu wel zat is. We hebben geleefd op een dieet van halfbevroren knakworstjes, mijn leidingen zijn stukgevroren geweest, we zijn geïsoleerd geraakt – en weer bevrijd, maar vooral: ik wil wel weer eens iets warms voelen buiten. Wat wel fijn is, is dat we zo, begin maart, van de duisternis af zijn en overdag is het buiten goed uit te houden. Gelukkig schijnt regelmatig het zonnetje, waardoor het ’s middags niet zo sterk afkoelt in huis, als de stroom onderbroken wordt. Wanneer het energierantsoen ophoudt weet niemand.

Mocht het trouwens zaterdag gaan regenen, dan wordt dat nog lachen. De vorst zit denk ik meer dan een meter in de grond en de Benelux zal eerst veranderen in één grote ijsbaan. En dat is het al. Eerder ondergelopen polders zijn tot op de bodem bevroren. Rivieren zitten dicht. Als ik de verwachting zo bekijk wordt het zaterdag kiele-kiele. 1 graden zal overigens wél warm aanvoelen. En wat zullen Haarlem en Hellevoetsluis blij zijn met niet-bevroren neerslag!

Het KNMI verwacht voor de komende dagen:

           vr    za    zo    ma    di
tx         -2     1    -1    -2    -2
tn         -6    -3    -4    -6    -7
wind       zo2   zw2   z3    zo3   o3
neerslag   40%   80%   60%   30%   50%

De begeleidende tekst luidt: “Dit weekend mogelijk grote overlast door ijzel. Daarna onzekere verwachting.” Dat ze een verdere verkilling voorzien is begrijpelijk: op termijn opteren de meeste modellen toch weer voor hogedrukinvloed ten noorden en oosten van ons.

Vrijdag 3 maart

Vandaag weer proberen te werken en een paar deadlines gehaald. Het voelt buiten duidelijk merkbaar minder koud aan: mijn Tmax was -0,9 (tuineffectje, ok) maar het voelde voorjaarsachtig aan. Op dit soort dagen is het in de zon, met weinig wind, prima uit te houden. Voor morgen staat waarschijnlijk toch weer het nodige spektakel op de rol: de depressie heeft er zin in, maar ‘ons’ hoog wordt steeds ietsje sterker berekend. Wordt dat weer een gevecht boven onze hoofden? Aan welke kant komen we terecht? Waar moet het eventuele dooiwater heen? En daarna weer de vorst erover?

Op Weerwoord heerst een soort lamlendigheid. We hebben deze winter alles wel gezien.

“Iemand zin in een ijzeltoetje? vraagt Frank zich zonder een greintje enthousiasme af.
“Jaaaahhhhh REGEN! Kommaarkommaarkommaarrrr!!!” jubelt Haarlem
“Zul je zien dat wij naast de pot pissen” sombert Voorhout
“Dit wordt op zijn minst maatschappij-ontwrichtend, als ik het zo zie. Voor zover er nog iets te ontwrichten valt…” probeer ik te waarschuwen.

Ik loop nog even de tuin in om wat hout opnieuw te stapelen. Ik kan me inmiddels niet meer voorstellen dat hier in de zomer planten staan, dat er gras is. Daar, in de hoek, stond mijn pruimenboom – die is gewoon gejat. Daar, in de andere hoek zie je vaag mijn Bult Sneeuw (je moet ergens heen met dat spul) die je bijna geologisch zou kunnen bekijken: met een snoeiharde kern ijssneeuw van eind november, waarover vele, vele lagen gestratificeerd zijn. Ik merk trouwens dat de sneeuw minder krakerig is en hij voelt ook vochtig aan. De lucht kleurt diep oranje en er hangt weer die vieze nevel-smog. Er stijgt een dampkolom recht omhoog vanaf mijn hoofd: er is nauwelijks stroming. In de verte hoor je de A12, wat betekent dat de wind naar het zuiden gedraaid is. In het zuiden zie ik een wolkenband. Dat zijn de verkenners van de depressie. Ik maak nog een vuurtje voor de nacht en geloof het verder wel. We zullen zien wat morgen brengt.

Zaterdag 4 maart

Deze winter is wakker worden een vaste routine:

  1. Hoor ik de CV?
  2. Zijn er leidingen stuk?

Vanochtend gelukkig geen problemen. Het volgende is: wat hoor ik buiten? En vanochtend: getik. Maar ook: gedruppel. Naar beneden gesprint. Sensor geeft aan -0,3 en ik zie ijsregen vallen. Van mijn keukendak druppelt water. Als ik naar buiten kijk, zie ik dat alles, maar dan ook alles onder een soort glazen laag zit, waardoor de bomen aan de zijkant (bij west 3 op dit moment)  een donkere plak ijs dragen en de sneeuw een onnatuurlijk geglazuurd uiterlijk krijgt.

Een blik op de weerkaart leert, dat het dooifront tot onder Rotterdam doorloopt. Zeeland en delen van Zuid-Holland en West-Brabant kleuren groen op de kaart. Daar regent het bij positieve temperaturen maar de grond is zó koud dat zich daar een centimeters dikke ijslaag vormt. In het noorden is het ‘gewoon’ -3,8, maar dat is, naar onze maatstaven nu, gewoon warm te noemen. Op grotere hoogte is het front veel verder opgeschoven, maar aan de grond houdt de koude moedig stand; de koude plaklaag weert zich. Op 850 hPa is de nulgradengrens opgeschoven tot de lijn Alkmaar – Amersfoort – Arnhem. In het gebied waar het aan de grond vriest maar op hoogte dooit – en strook van zo’n 100 km breed – ijzelt het. En hard ook, zie ik als ik naar de radar kijk.

Op Weerwoord komen hallucinante beelden binnen van centimeters dikke ijzellagen: eerst uit Vlaanderen en gaandeweg de ochtend steeds meer uit noordelijker regionen. Buiten begint het harder te ijzelen en er vormt zich matglas op mijn keukenraam. De wind trekt ook aan, maar is niet meer pal west maar veranderlijk. De ijzel striemt tegen de ramen en als niet alles buiten wit zou zijn, zou je denken dat het herfst is. Tact -0,4 en holding. En dan gaat het licht uit. Niet om 14:00 uur (de enrgierantsoenernig) maar – hoe laat is het nu? – om 12:11 uur. De verwarming borrelt nog even na, buiten hoor je de neerslag. Zuchtend pook ik de haard verder op en steek zoveel mogelijk kaarsen aan. Gelukkig is het niet ze vreselijk koud buiten, dus dit houden we ook wel weer uit.

Met veel moeite hak ik het ijs van mijn auto af om hem open te krijgen zodat ik daar naar de radio kan luisteren – de enige bron van nieuws in dit soort gevallen is voor mij de autoradio – en ik hoor dat in grote delen van Nederland en België de hoogspanningsleidingen het gewicht niet aankonden en gewoonweg zijn geknapt. Er zijn zelfs hele masten gekapseisd. Bijna heel Nederland (behalve Limburg, dat zoals zo zaak deze winter de ergste dans ontspringt) heeft geen stroom meer en niets doet het meer. De vooruitzichten op een snel herstel van deze schade zijn, aldus een sombere deskunduige, ‘karig’.

Karig.

Zoals deze hele winter alles al ‘karig’ was. Ineens heb ik het helemaal gehad met de kou, het ijs, de sneeuw, de toestanden. Maar dan ook helemaal. We willen wel weer eens een gewoon, 21ste eeuws leven leiden. Of 20ste eeuws, ook goed. Maar we worden teruggeworpen in de fokking Middeleeuwen, en nee: daar waren we niet op voorbereid. Ik niet. Niemand niet. Het Hellmangetal in De Bilt staat al ruim boven de 400, het is begin maart en de komende week gaat de vorst zich verscherpen. Nederland zit zonder stroom en kan zich niet verplaatsen. Tuurlijk heb ik voorraden, maar er bekruipt me een soort angstig gevoel, nu de lol ervan af is. Ik kan het niet goed uitleggen, maar het is iets nietigs. De natuur wikt en beschikt. En wij? We overleven.

 

 

Het is maandag 27 februari, als ik een satellietopname zie die daarna natuurlijk beroemd is geworden. Want in één klap zie je onder welke uitzonderlijke omstandigheden Noordwest-Europa de afgelopen maanden heeft geleefd. Je begrijpt, dat er geen aanvoer meer kan zijn van fossiele brandstoffen naar de noordzeehavens en je begrijpt in één klap het energierantsoen waarmee we moeten leven. En, in de verste verte is er geen begin van een spoor van lente te bekennen.

Synoptisch is er wel wat veranderd: inmiddels leven we onder een Euro’stink’ hoog waarin nauwelijks stroming optreedt. De nachten zijn nog steeds koud, met meestal strenge, soms matige vorst. Aan het einde van de vijfdaagse verwachting zijn er oplossingen in de ensembles die een dooraanval laten slagen, maar de verdeeldheid onder de modellen is groot. Bovendien heb we deze winter de ene na de andere dooianval zien stuklopen, dus het zal allemaal wel. Overdag wil de temperatuur langzaam richting de 0 graden kruipen, door het gebrek aan wind en de toegenomen instraling, zo eind februari/ begin maart. De vijfdaagse ziet er als volgt uit:

           di    wo    do    vr    za
tx         -3    -3    -4    -2    -1
tn         -8    -9    -9   -10    -6
wind       var2  var2  zo3   z3    zw3
neerslag   20%   10%   20%   30%   50%

De steeds beroerder wordende luchtkwaliteit wordt nu een thema. Als de zon onder gaat zie je aan de horizon een bruine plak hangen en ik heb jeukerige ogen. Door het gebrek aan stroming raakt alles wel prachtig berijpt, maar er is nog maar weinig winterse schoonheid die me kan bekoren. Ik ben eerlijk gezegd wel klaar met deze winter, waarin het ongewone zo gewoon is geworden. Het enige wat is zal missen is mijn in de sneeuw vormgegeven amfitheater in de tuin, rond de kachel. Met wanden van een meter hoog (met daarin uitsparinkjes met ’s avonds waxinelichtjes erin) en wat stoelen ernaast is het een gezellige leefkuil van sneeuw waar we elkaar ’s avonds treffen, een drankje drinken en er het beste van maken.

Dooi?

Op dinsdag wordt duidelijker dat ons aan het eind van de week toch weer dynamischer weer te wachten staat: een lauwe depressie komt vanaf de oceaan onze kant op en zal het oeroude hogedrukbolwerk proberen aan te vallen. Op grotere hoogte is het ook niet meer zou koud als eerder het was, maar onder het deksel van het hogedrukgebied heerst nog steeds onvervalst de winter. De scenario’s lopen uiteen van een volgende sneeuwramp, via ijzel kwadraat tot warm water regenen en lente. Als er iets is dat ik geleerd heb deze winter, is dat we niet verder kunnen kijken dan een dag of drie, vier, dus ik wacht af. Gelukkig kunnen we weer naar de supermarkt. Ik heb de dure eed gezworen om nooit, nooit meer één knakworstje te eten – die dingen komen m’n neus uit. Alles is nog steeds afschuwelijk duur (een liter benzine kost nu €5,39), maar met wat gerichte inkopen kunnen we weer ‘normaal’ eten – en dat is al heel wat.

Op Weerwoord breekt een discussie los over de ophanden zijnde verandering in het weer. Iedereen hoopt op lente, maar iedereen beseft dat Nederland bedolven ligt onder sneeuw en ijs, en dat dat niet zomaar weg is gedooid. Daarnaast vrezen we voor het meest waarschijnlijke scenario: urenlange ijzel, met alle gevolgen van dien zoals brekende takken (van de bomen die er nog zijn, denk ik grimmig: in mijn dorp is de helft van de bomen verdwenen) en bovengrondse leidingen die dat gewicht moeten kunnen dragen. En dan, als de dooi dan ook echt komt: waar moet al dat ijs heen? En het smeltwater? Niemand die het weet. Niemand die hier iets zinnigs over kan zeggen. Niemand, die zoiets ooit heeft meegemaakt.

Ik kijk nog een keer naar die foto. Overmorgen begint de meteorologische lente, bedenk ik. Misschien dat ergens, diep diep onder de sneeuw de eerste krokussen omhoog komen, maar dat lijkt me sterk. Maar die foto. Die zegt alles. Morgen ga ik zelf naar het strand om dit te zien, te begrijpen en te ervaren.

 

Heel langzaam veert Nederland op van de laatste arctische inval. Maar in de laatste twee dagen lijkt de hulpverlening in een stroomversnelling te zijn gekomen. Mannen met onbeschrijfelijk veel borsthaar hebben dag en nacht gewerkt om de meeste A- en N-wegen sneeuwvrij te maken en dat is op vrijdag 24 februari zo goed als gelukt. Ik heb ze zien zwoegen, dus ik snap hoeveel werk hier verricht is.

Ik ben inmiddels gewend geraakt aan het geluid van helikopters die voorraden door het hele land verspreiden. En gisteren was ook ons dorp aan de beurt. Twee Chinooks van het Amerikaanse leger hebben op het terrein van de voetbalclub een ‘hub’ en voeren van alles en nog wat af en aan. Daarnaast worden morgen eindelijk de eerste vrachtwagens van onze supermarkten verwacht. De bakkers zouden ook weer hun eigen graan moeten krijgen – hoewel ze zich nu behelpen met het industrie-graan dat per helikopter de afgelopen etmalen is aangevoerd. En dat ze ‘rotzooi’ noemen. Maar er is tenminste brood. Wit, klef bevrijdingsbrood.

Omdat de treinen nog niet rijden probeer ik, nu een volle week later, alsnog mijn vrouw uit Leiden op te halen. Mijn telefoon is opgeladen, ik heb een half tankje diesel, een deken bij me en, met mijn dochter naast me, gaan we de rit maken. Het is iets dat ik nooit meer zal vergeten.

De Rit

Ik vertrek om 08:45 uur. In het oosten schemert het vaag. Buiten is het -10,5 (mijn auto meet in halve graden), ik zegen het concept van voorruitverwarming en glibber de straat uit. Waar ik eerder geen N11 meer herkende en er een dik, wit donzen dekbed lag, wordt dat nu doorsneden door de scherpe lijnen van de diep in de sneeuw uitgefreesde weg. Verder is het landschap kenmerkloos, op wat boomgroepen en windmolens na. Er hangt nevel boven de sneeuw. Het is best druk op de weg, maar iedereen rijdt keurig en anticiperend. Ik zie nergens asfalt, alles is wit. Binnen een uur ben ik bij Leiden. Daar wordt met borden aangegeven dat de noordkant van de stad via de singel niet bereikbaar is. Maar daar moet ik niet zijn. Als ik bij de Utrechtse Veer Leiden inrijd is het eerste wat ik denk: waar zijn de grachten gebleven? Ik heb hier gewoond. De winter van 1996 meegemaakt. Eindeloos geschaatst. Maar dit: er ligt hier véél meer sneeuw dan bij ons. Het verschil tussen straat en gracht is er niet. De sneeuw reikt soms tot aan de top van de bruggetjes, waardoor er daaronder een soort oog ontstaat waar het vage licht doorheen valt. Alleen aan de huizen kun je zien waar je bent. Heel raar.

Als ik mijn vrouw na een week eindelijk kan omhelzen (wat heb ik haar gemist) voel ik hoe koud ze is; véél kouder dan ik. Ik neem haar meteen de auto in (die is nu ongeveer 30 graden) en ze vertelt: dat er al twee dagen geen verwarming was. Dat ze de afgelopen twee dagen op pinda’s en water hadden geleefd. Dat ze me niet ongerust wilde maken. En hoe het met onze dochter is.

De intocht

Als ze thuiskomt moet ze van mij verplicht een uur in een warm bad gaat liggen met een warme emmer koffie en iets te eten (knakworstjes). En dan ga ik iets lekkers koken. Is het plan. Een warme lunch. Met knakworstjes. Ik inventariseer de voorraden en  terwijl ik een ui sta te snipperen hoor ik lawaai van buiten: gejuich, vuurwerk. Wat is hier aan de hand? Dus ik ga kijken.

Het blijkt een colonne te zijn van veelsoortige voertuigen: vooraan wat groene legervoertuigen, een politiebusje en een paar vrachtwagens: een gele van de Jumbo en een blauwe van de Albert Heijn. Daarachter een aantal onduidelijker toeleveranciers. Daarachter weer wat legervoertuigen en dan een politieauto. Het lijkt wel de intocht van ons najaarsfeest. Mensen zwaaien, chauffeurs zwaaien terug. Het hele dorp loopt uit. Ik zie zelfs een kletsnatte, keurige heer in ochtendjas en zijn sloffen nog aan de kou voor zijn huis trotseren en blij zwaaien. Er stijgt een dampkolom op vanaf zijn hoofd – die móet onder de douche gestaan hebben en naar buiten gerend zijn. De kou van dat moment (ik denk iets van -6) voelt niemand meer: we zijn het gewend én deze eenheid is hartverwarmend. Als ik terugkom maak ik de warme lunch af: Pasta met tomatensaus, veel boter (had ik nog), parmezaan (had ik ook nog) en, natuurlijk, knakworstjes. En een vitaminepil voor iedereen. Gelukkig kan ik gewoon doorkoken als om stipt 12:00 uur het licht uit gaat – zoals dat is aangekondigd in het energiebesparingsplan van de regering. Maar het is eind februari, buiten schijnt de zon en de sneeuw reflecteert veel licht dus behoefte aan kunstlicht heb ik niet. En de kou die langzaam het huis begint te veroveren: we hebben véél erger meegemaakt deze winter, met gierende stormen, veel lagere temperaturen, nauwelijks daglicht, dus ach….

De rest van Nederland

Voor het eerst in dagen heb ik de behoefte om op nieuwsjacht te gaan en die begint bij Weerwoord. Wat is de situatie? Als eerste valt op dat er vanuit het noorden geen berichten komen maar dat klopt, omdat het noorden nog steeds zonder stroom, gas en internet zit. Er wordt wat afgespeculeerd, maar we gaan ervan uit dat de noorderlingen zich wel weten te redden. Er is niet echt een zwaartepunt van deze sneeuwramp aan te wijzen. Wel is het zo dat het zuidoosten er, met een centimeter of 35 en vooral veel minder wind, genadig van af is gekomen. De meeste sneeuw is gevallen in een brede strook die van noodoost naar zuidwest over Nederland loopt. In West-Vlaanderen is het ook goed mis: daar is de depressie tot stilstand gekomen en daar stationair leggesneeuwd. Kokstijde meldt ‘meer dan een meter’ sneeuw in ik geloof dat zó.

Het nieuws uit de steden is minder vrolijk. De stadsbewoners blijken toch minder bestand tegen het wegvallen van voorzieningen dan de rest van Nederland. Één dag geen supermarkt kan men nog aan, maar na twee dagen blijkt dat de waarschuwing van de premier om voorraden in te slaan, mede ook door het hoongelach van de media daarover, massaal in de wind is geslagen. En nu is men boos, nee: woedend. En verongelijkt. We zien beelden van colonnes voedseltransporten in Rotterdam die worden aangevallen door tientallen
mensen en weer rechtsomkeert maken naar waar ze vandaan kwamen: Rotterdam Airport, een van de plekken waar de voorraden voor de hongerende stad worden aangeleverd. Later zien we dezelfde colonne weer, maar nu beschermd door grimmig kijkende Franse militairen met de wapens in de aanslag. En dat werkt: op deze manier kan er van alles worden verspreid op de centrale distributiepunten, waaronder de inmiddels bekende ‘rijkswinterkoekjes’ met hun suikers en vetten en toegevoegde vitamines.

 

De media buitelen over elkaar heen in hijgerigheid, opportunisme en vingerwijzerij. Een selectie:

‘Europese solidariteit bevrijdt noodlijdende steden’ (NRC)
‘Nederland kan helemaal niets’ (Geenstijl)
‘Sneeuwstorm schuld van Trump?’ (De Volkskrant)
‘IS DIT GLOBAL WARMING?’ (De Telegraaf)
‘Naastenliefde in steden lijkt verdwenen’ (Trouw)

Gelukkig zijn de vooruitzichten op een snelle verbetering van de situatie gunstig: het weer blijft stabiel, droog en koud en de verwachting is, dat Nederland morgen weer bevoorraad kan worden. De in de steden aanwezige instabiliteit wordt in de kiem gesmoord door zowel de aanwezigheid van militairen als de kou – men blijft toch liever binnen.

Weer

Op de weerkaarten zien we op termijn een verandering optreden: ‘ons’ hoog, dat zich al drie maanden (met wat korte onderbrekingen) op noordelijke breedtes heeft weten te handhaven, lijkt meer Europa in te schuiven. Depressies zouden het hoge noorden weten te bereiken: een noordelijke westcirculatie. Daarmee zouden wij ingevangen worden in een zogenaamd ‘Eurohoog’: een ijskoude, stilstaande luchtmassa boven een diep, diepgevroren continent. Met weinig stroming. Omdat er in Noordwest- en Midden-Europa massaal hout, kolen en stookolie verbrand wordt zal de luchtkwaliteit wel snel afnemen. Maar dat zien we dan wel weer.

Het is nu vier dagen geleden dat deze winter zich weer eens van zijn gruwelijkste kant liet zien. De sneeuwstorm van vorige week heeft wat er toch al breekbaar was lamgelegd. Je zou kunnen zeggen dat we in een hybride beschaving leven: enerzijds (Goddank!) water en elektriciteit – en dus warmte – anderzijds lege winkels en vervoers- en bevoorradingsproblemen.

Na de brute sneeuwstorm van vorige week was het meteen duidelijk dat de levensaders van ons land zo snel mogelijk moeten worden vrijgemaakt: de snelwegen en de treinverbindingen. Dat proces verloopt erg moeizaam. Ons eigen leger beschikt niet over genoeg materieel, Rijkswaterstaat doet wat het kan maar ziet zich voor onmogelijke taken gesteld. De Franse militairen die in Nederland zijn aangekomen helpen waar ze kunnen maar het is een druppel op de gloeiende plaat. De media storten zich er meteen op als bloedhonden, op het moment dat duidelijk wordt dat Amsterdam als eerste bereikbaar wordt gemaakt, terwijl grote delen van Nederland nog steeds integraal van de buitenwereld zijn afgesloten. Men heeft het over ‘De Kloof’. En, zoals zo vaak in deze winter, blijkt de gemeenschapszin sterk genoeg om op lokaal niveau de problemen aan te pakken.

Sneeuwtransport

In mijn straat betekent dat bijvoorbeeld: waarheen met alle sneeuw? Er ontstaat een initiatief om vanuit onze straat een pad naar de Oude Rijn vrij te maken, zodat we de sneeuw op het ijs daar kunnen dumpen. Er is alleen een probleem: aan het eind van de straat heeft een of andere idioot zijn auto achter moeten laten. Die auto heeft gewerkt als sneeuwvanger en vormt de basis van een sneeuwduin van een meter of drie hoog. En die idioot was ik, dus begin ik als eerste schuldbewust met het afgraven van die berg. Maar als snel krijg ik hulp en na een tijdje zie ik het knalgeel van mijn oud-ambulance onder de sneeuw reflecteren. Na een uurtje hebben we ‘m vrij en met vereende krachten én een lier trekken we mijn stijfbevroren auto opzij. Daarna komt het doorgeefsysteem op gang: in de straat ontstaan vier ‘verzamelbulten’ waar men zijn sneeuw op dumpt. Wie een aanhanger heeft laadt de verzamelde sneeuw in en kiepert dat 100 meter verderop op het inmiddels wel een meter dikke ijs op de Rijn. En zo, na een dag schappen en zwoegen, wordt de straat weer een beetje herkenbaar. Het is een prachtige dag: de Tmax komt uit op -3,2 en als het weer donker wordt (wat al best laat is, zo eind februari) stookt een buurman een vuur in een oude olieton, op straat. Ik activeer mijn fles jenever, de ander brengt ook wat en zo staan we daar met een mannetje of 15, vrolijk borrelend in de snel dalende temperatuur – voor vannacht wordt weer eens strenge vorst verwacht, maar dat zal wel.

De weerkaart is eigenlijk een kopie van die in december en grote delen van januari, met hogedruk in het noordoosten en lagedruk diep weggezakt in Europa. Het enige verschil is, dat het hoog nu wordt ‘gevoed’ vanuit Rusland, waar eerder het zwaartepunt westelijker lag. We zitten in het regime van ‘De Beer’ die met een kerndruk van 1055 hPa stabiel in de regio Sint-Petersburg zijn tent heeft opgeslagen maar doorloopt tot diep achter de Oeral.

Rantsoen

Op Woensdag 22 februari wordt bekend gemaakt dat de regering zich genoodzaakt ziet om energie te rantsoeneren. Dat betekent in de praktijk dat in grote delen van Nederland tussen 12:00 uur en 14:30 geen stroom zal zijn. Uitgezonderd worden (alweer) Amsterdam én de havens in het Rijnmondgebied. Daarnaast zullen andere, vitale delen van de infrastructuur van stroom worden voorzien. Ik bedenk dat dat voor ons niets uitmaakt: we zijn wel gewend geraakt aan stroomuitval deze winter, soms dagen achtereen. Alleen is het nu officieel beleid, en dat maakt het toch anders. Verder wordt bekend gemaakt dat de A12, de A2 en de A27 weer zo goed als ‘open’ zijn, maar het heeft geen zin om op pad te gaan: afritten, viaducten zitten veelal nog dicht. Hoewel ons dorp zo voortvarend is geweest om zichzelf te ontsluiten door de weg tot aan de A12 weer begaanbaar te maken. En, naar ik begrijp, doen steeds meer gemeentes precies dit, in de hoop de eerste te zijn die de broodnodige voedseltransporten kan ontvangen.

Mijn voorraadkast raakt langzaam leger en leger. Het is een geluk bij een ongeluk dat ik alleen met mijn dochter ben (vrouwlief zit noodgedwongen nog steeds in Leiden) waardoor we minder verbruiken. Daarnaast ben ik de knakworsten nu wel behoorlijk zat. Op donderdag, als (naar gefluisterd wordt) de winkels weer open gaan, ga ik eropuit, ‘op jacht’ zogezegd naar wat er te krijgen is. Mijn auto is inmiddels ontdooid en staat weer op zijn plek. Ik besluit de gaan rijden tot waar het kan. Het dorp is wonderwel begaanbaar maar lijkt op een wintersportoord, met manshoge sneeuwwanden langs de straat. Ik besluit naar de aansluiting met de N11 te rijden om te kijken hoe die erbij ligt. Het laatste stuk doe ik te voet, om de werklieden niet in de weg te zitten. Wat ik zie als ik op het viaduct sta is onwerkelijk, mooi en bizar: van de hele N11 is niets te zien. Het is één witte vlakte. De stilte – die af en toe wordt doorbroken door het gebrul van een bulldozer – doet me denken aan de autoloze zondagen van bijna een halve eeuw geleden. Bij de oprit zijn bulldozers bezig een pad te maken door deze witte, maagdelijke deken. Het lijkt wel pionierswerk en dat is het natuurlijk ook. Het is een traag proces, zo te zien: de bulldozer komt per ‘schuif’ niet echt ver. En dit zal overal hetzelfde zijn: er is gewoon te veel sneeuw om zomaar doorheen te denderen, ook met rupsbanden. Het is weer een prachtige dag en de – steeds hoger staande – zon reflecteert letterlijk schitterend op de ontelbare sneeuwkristallen die ik overal zie. Bij elke beweging die ik maak dansen de lichtjes met me mee.

Bij de supermarkt is het zo afschuwelijk druk dat ik besluit om rechtsomkeert te maken. Het heeft ook geen zin: de voorraden waren al laag en het aantal mensen dat zich verzameld heeft schat ik in staat om binnen drie minuten alles leeg te kopen. En ik heb nog voorraden. De Gall & Gall is ook open zie ik, en daar staat géén rij. Dus kom ik thuis met wat wijn, Beerenburg en nog wat andere hartversterkende voorraad om de kou en de verveling te verdrijven. Ik nodig de buren uit in mijn in de tuin aangelegde amfitheater van sneeuw, stook de buitenkachel op en we delen onze voorraden eten en drinken. Vanavond op het menu: knakworstjes, met een voorgerecht van knakworstjes, in een bedje van ketchup. Gek genoeg voel ik me eerder geborgen dan ontheemd. Ik ben benieuwd hoe dat in andere delen van Nederland is, maar daar horen we weinig over. Ik vermoed dat niet alleen de energie is gerantsoeneerd: informatie is ook erg schaars. Maar in mijn hier en nu maakt dat niet uit.

Het KNMI verwacht voor de komende dagen:
Rustig en zonnig winterweer met overdag lichte tot matige vorst, ’s nachts veelal strenge vorst. Later in de week mogelijk enige tempering van de vorst. Weinig neerslag van betekenis’

Op zondag 19 februari begint langzaam door te dringen wat de gevolgen zijn geweest van het noodweer van de afgelopen dagen. Dat is even schrikken. Want, hoewel het er buiten werkelijk schitterend uitziet en de mensen in de straat weer werktuigelijk maar opgelucht een pad over hun stoep proberen te scheppen (wat onbegonnen werk is) is het in Nederland goed mis.

Om te beginnen heeft het bijna anderhalf etmaal gesneeuwd uit de monsterdepressie die, na haar oversteek over de pool, aan de oostzijde van het hoog op de Noorse Zee precies op ramkoers met Nederland lag. Het was een monstrueus systeem. Doordat echter de hoge druk ten westen ervan stevig was (er ligt een hoog van 1045hPa) en het systeem steeds verder uitdiepte (tot 970hPa) kon er een noord-noordooster storm opsteken die bijna net zo lang huis gehouden heeft. Dat heeft enorme gevolgen gehad. Zo begrijp ik, dat de absurde hoeveelheid sneeuw die hier, in Midden-Nederland ligt, niet per see hier gevallen hoeft te zijn; dat kan van kilometers ver hierheen geblazen zijn.

Ik probeer eerst mijn eigen omgeving te verkennen, maar ik kom niet echt ver. Aan het eind van de straat, waar ik mijn auto heb moeten achterlaten, zie ik een sneeuwduin van minstens twee meter hoog. Daar onder moet mijn auto ergens staan denk ik – en die zullen we de komende tijd toch moeten uitgraven. Verder lopen – of meer: ploeteren – heeft geen zin omdat er geen pad is en de sneeuw soms hoger opgewaaid is dan ik zelf ben. Dus maar weer terug. Mijn straat doet me het meeste denken aan de duinen; de grillige structuren in de sneeuw lijken daar op.  Door de doorstaande wind is alles onherkenbaar veranderd. De sneeuwhoogte varieert van een centimeter of 20 tot meer dan manshoog. Ik kan onmogelijk inschatten hoeveel er nou echt gevallen is. Mijn hele voorgevel is een wit duin geworden dat bijna tot aan de bovenrand van mijn woonkamerraam reikt.

Nederland onherkenbaar

Van Noord-Nederland weten we maar weinig, omdat daar alle voorzieningen zijn uitgevallen: geen stroom, geen gas, geen internet. Op de Veluwe zijn veel bomen gesneuveld die het geruk aan hun stijfbevroren takken niet konden weerstaan. Het bos heeft als een soort sneeuwvanger gewerkt en op sommige plekken ligt de sneeuw metershoog. In Midden-Nederland is het meeste sneeuw terecht gekomen – uit de lucht of ergens anders vandaan. Op het journaal (er is weliswaar nog nergens internet, maar wel weer tv, althans: bij mij wel) zien we absurde beelden die vanuit een helikopter van Noord-Nederland gemaakt zijn. Wat ik zie is volkomen bizar: het lijken wel beelden van de watersnoodramp, maar dan met sneeuw. Complete dorpen waarvan soms alleen nog wat daken uit de sneeuw omhoog steken. Mensen staan op de daken naar de helikopter te zwaaien. Het is een eindeloze witte vlakte zonder de structuren die beschaving kenmerken zoals wegen, sloten, dorpen. Daarvan zie je bijna niets. Maar niet alleen in het noorden: héél Nederland (behalve het zuidoosten) is bedolven onder een alles vervagende witte deken. Sneeuwduinen zijn op open plekken soms tot 4 of meer meter opgewaaid en ze zijn soms tientallen meters lang. Snelwegen zijn onzichtbaar, maar ook de rivieren (die al maanden dichtgevroren zijn) zijn vanuit de lucht niet meer als zodanig herkenbaar. De sneeuwduinen lijken zich vanuit de lucht niets aangetrokken te hebben van bijzaken als snelwegen of rivieren en liggen als lange structuren van noord naar zuid dwars over over Nederland. Nederland is weggevaagd.

In de studio in Hilversum heerst een bedrukte stemmig. Iedereen beseft dat er dagen voor nodig zullen zijn om de meest basale levensaders weer vrij te maken en de bevoorrading weer op gang te brengen. Ze zeggen dat de beelden van Nederland de hele wereld over zijn gegaan. De Minister-President vraagt bevriende landen met klem om alle hulp die geboden kan worden, waarbij het voornamelijk om transport gaat: het vrijmaken van de wegen en middelen om door de lucht goederen (vooral: brandstof en eten) te vervoeren. De Fransen waren al in Nederland. Nu de rest nog.

Thuis best

Dus daar zitten we dan. Ik hoop dat iedereen de nodige voorraden in huis heeft – ik in elk geval wel. Ik besluit een pad door de tuin te graven zodat ik makkelijker bij het brandhout kan – een stapel die trouwens erg snel geslonken is, zie ik tot mijn schrik. De sneeuw gooi ik zo goed en zo kwaad als dat gaat neer bij waar in De Bult vermoed – waarin nog de sneeuw van november verpakt zit. Die bult is nu niet meer te zien in het glooiende mini-duinlandschap dat zich in mijn tuin gevormd heeft, maar ik weet ongeveer waar die zich moet bevinden. Het is een soort poeder dat ik weg schep, wat de klus niet makkelijker maakt omdat het niet aan mijn schep plakt. Van al het geschep krijg ik het wel lekker warm. Met -4,8 graden, weinig wind en een fraai zonnetje is het, eerlijk gezegd, lekker toeven buiten. En absurd mooi. Alles is wit, alles glinstert en eerlijk gezegd vind ik het gewoon een liefelijk tafereel. Ik bedenk me hoe raar het is om hiervan te genieten (want dat doe ik intens) terwijl ik weet dat er miljoenen Nederlanders in de penarie zitten. Met mijn vrouw – die nog steeds in Leiden zit – gaat het gelukkig prima: zij zit in een verwarmd huis en zij hebben voor minstens drie dagen te eten.

Maar wij hebben het hier dus goed: voorraden zat, water uit de kraan (!), verwarming én de met vooruitziende blik aangeschafte fles jenever. Om 5 over 4 besluit ik dat er een ‘5’ in de klok zit. Ik maak een soort zitje in de tuin door een cirkel vrij te graven en de sneeuw een beetje plat te stampen, graaf de gietijzeren buitenkachel uit en zet die op een plank hout min of meer in het midden neer. Na enig zoeken vind ik twee tuinstoelen die ik bij die buitenkachel zet, en maak vuur. Zo, gezeten in mijn witte mini-amfitheater van sneeuw is het gewoon gezellig. Het geflikker van de vlammen weerkaatst op de wanden van mijn kuil. Mijn dochter komt erbij zitten en vraagt of ik geen ijs in m’n borrel wil. Ik leg haar uit dat ik nóóit ijs in mijn borrel neem, en neem een slokje. Nu ben ik compleet ontspannen. Het begint weer te schemeren en de gietijzeren kachel verspreidt zijn heerlijke warmte. De kerstlampjes floepen aan. Ach ja: zo houden we het wel uit.

Ik heb een aantal op-en-top winterervaringen in mijn geheugen staan, maar wat er de afgelopen dagen gebeurd is zal denk ik nooit meer overtroffen worden. Nu, twee dagen later zitten we weer waar we eigenlijk de hele winter al waren: ingesneeuwd en bevroren, maar de storm is tenminste gaan liggen. Ik pak even mijn handgeschreven aantekeningen van de afgelopen dagen erbij, want er gebeurde zoveel.

Vrijdag 17 februari

07:30. Op Weerwoord gekeken. Noordwolde meldt lichte sneeuw bij een aantrekkende noordoosten wind. Systeem is op de satelliet echt enorm en reikt van midden-Zweden tot onze grens. Druk in de kern gedaald tot 965 hpa. Tact bij mij -8,8, weinig wind, wel vage sluierbewolking.

08:30. Noordwolde meldt sneeuw bij oost 6 en -7,4 graden. Hier nog niks aan de hand. Media doen lacherig over waarschuwing premier gisteravond. “Aandachttrekkerij om peilingen te keren?” vraagt de Volkskrant zich af. Bij mij nu zwaar bewolkt en ietsje meer wind, zzo.

09:15. Noordwolde meldt ‘Whiteout’ bij noordoost 7 en -7,8 graden. In Beilen sneeuwt het nu ook. Op de Duitse buienradar zie ik het systeem alsmaar groeien en groeien er lijkt wel geen einde aan te komen.

10:05. Iemand op Weerwoord vraagt zich af waarom er geen berichten uit het noorden meer komen. Bij mij nu lichte sneeuw, aantrekkend oostenwindje, tact -5,6 dus waar hebben we het over.

10:15. Hee, het wordt donkerder in plaats van lichter. De wind is in korte tijd behoorlijk toegenomen en de sneeuw die er lag is overal in hoekjes geblazen. Her gras is stijfbevroren maar bijna kaal. Het sneeuwt wel in heel kleine vlokjes. Maar die wind! Op de Veluwe zijn bomen omgewaaid lees ik op Twitter. Ik zie filmpjes van sneeuwdrift waarin je niets ziet. Het noorden zit weer eens zonder stroom want daar is geen contact meer mee – niet via internet, in elk geval.

10:35. Holy shit wat is dit? Het sneeuwt ineens echt ENORM hard én het stormt. De wind giert echt om het huis, ik hoor het kraken, echt van die rukwinden. Buiten zie ik een wit waas door de straat jagen en op het dak van de overburen vormen zich geometrische patronen die steeds van vorm veranderen. Er klinkt een fluitend geluid in de schoorsteen en af en toe waait er sneeuw naar binnen DOOR DE SCHOORSTEEN terwijl er vuur brandt. Tact -7,8 en dalend!

11:00. OK ik ga het bad vullen met heet water, (eerst nog even lang douchen) en dan de kranen aftappen.

12:30. Het gáát maar door! KNMI actueel geeft nu voor het noordoosten -9,8 graden, noordoostenwind kracht 8, zware sneeuw. Bij mij een harde oostenwind, heel fijne dichte sneeuwwaas en tact in de tuin -8,3. Sneeuwduinen in de straat, sommige auto’s half ingesneeuwd, andere nog helemaal clean. Raar!

13:15. Mijn vrouw belt uit haar werk in Leiden (daar complete Whiteout) dat ze niet naar huis kan komen omdat er geen treinen rijden. Of ik haar kan komen halen. Ik weet niet wat te doen. Weerwoord om advies gevraagd, die zeggen dat ik gestoord ben als ik de weg op ga.

13:30. Toch geprobeerd naar Leiden te rijden maar na 100 meter is dat al volkomen kansloos: op de kruising van mijn straat op de hoofdstraat ligt een sneeuwduin van een halve meter hoog en ik kan daar niet omheen en loop vast. De wind heeft vrij spel en straten bestaan gewoon niet meer – op plekken. Op andere plekken lijkt er niets aan de hand. Ik moet de auto achterlaten want er is niemand om me te helpen. Ik word bijna omvergeblazen door de jankende wind en het sneeuwstof vindt elke kier, hoe klein ook, van mijn kleding. Maar ik sta midden in dit natuurgeweld en ik vind het FANTASTISCH!.

14:00. Weer thuis. Vrouw gebeld, avontuur uitgelegd. Ze is niet de enige. We wachten af.

16:00. Weinig verandering. Buiten wordt het wordt steeds abstracter. Tact hier -8,9 en wind (ik heb geen meter) keihard, sneeuw steeds dichter, een horizontaal voortrazend wit gordijn. Internet ligt er uit – ik denk Ziggo kastje bevroren of stuifsneeuw in huisje naar binnen gestoven. Stuifsneeuw ook in mn keuken bij de achterdeur door een kier. Wind neemt nu weer toe.

16:41. ^#&*^*&@)(*$@% het licht gaat weer eens uit. Ik dacht dat we dat nou wel gehad hadden. Vraag me af hoe het met m’n meisje is. Dochter vandaag gelukkig thuisgebleven.

17:00. Het is echt eng. Huis trilt van de wind die aan het huis rukt. Buiten zie je als je goed kijkt een wit waas. Ik moest even naar buiten om hout te halen maar het is echt bizar koud, je hoort alleen maar het geraas en gefluit van de wind. Sneeuwstof waait in mijn ogen. De enorme conifeer van buren kraakt vervaarlijk. Sneeuw in mijn tuin op punten al opgewaaid tot (ik schat) een meter hoog.

18:00. Gegeten: knakworstjes met op het fornuis ontdooid brood. Huis koelt razendsnel af. Tact buiten -9,3, binnen 6 graden and dropping. Alle kaarsen aan. Aan de vlammetjes zie ik dat het zelfs in huis waait.

20:00. Hoe lang gaat dit zo door? Dochter wordt bang. Ik leg uit dat we veilig zijn, dat zijn we ook. Maak me zorgen om m’n vrouw.

21:30. Ik zie aan de voorkant van mijn huis dat de sneeuw is opgewaaid tegen mijn ramen. Streep van 20 cm sneeuw reflecteert het kaarslicht van binnen en groeit hard aan. Auto’s bijna helemaal ingesneeuwd.

22:00. Nu tegen de ruiten een cm of 50 opgewaaid. Het gaat maar door. Ik ga water warm maken en in flessen doen om in bed te leggen. Dochter speelt piano – je moet wat.

23:00. Ik ga proberen te slapen maar ik maak me toch zorgen. Kan het niet uitleggen: het is gewoon de gewelddadigheid van dit weer die me intimideert. Hoe zou het met m’n vrouw zijn? Dochter en ik gaan ons weegs met ieder drie flessen ziedend heet water voor onder de wol. In bed hoor ik de wind gieren en het huis kraken. Af en toe wil ik naar buiten kijken maar het is te donker om iets te zien.

23:55. In een klap wakker na enorm gekraak. Conifeer van de buren is denk ik omgewaaid. Niet op huizen maar wel op een tuinhuisje denk ik – als ie pal west is omgegaan tenminste. Ik steek heel even mijn hoofd uit het raam maar dat heeft geen zin: het sneeuwt te hard en het is te koud en te donker. Het sneeuwstof verblindt me meteen. Ik kruip weer in mijn warme bed en bedenk: dit houdt een keer op, en daarmee val ik in slaap.

Zaterdag 18 februari

06:15. Wakker door de kou. Flessen afgekoeld, neus bijna bevroren. IJs op glas water naast mijn bed. Snel aankleden. Dochter is ook al wakker, zij heeft de haard al aan (‘die gloeide nog’ zei ze). Fijn. Huis kouder dan ooit maar ik weet niet hoe koud, want m’n weerstation is ermee opgehouden. Kaarsen aan, koffie drinken, water koken voor in flessen (voor onder je trui). Goed denkwerk, dat volle bad! Wind iets minder lijkt het.

07:00. Het wordt nu langzaam licht en je kunt buiten iets zien. Sneeuw tegen woonkamerraam tot ooghoogte opgestoven. Ik moet in de vensterbank klimmen om naar buiten te kijken. Wat ik zie kan ik niet echt beschrijven. Het is angstaanjagend schitterend. Op plekken ligt er meer dan een meter sneeuw maar het is ongelijk verdeeld. Het sneeuwt nog steeds, licht, maar de stevige windvlagen zwiepen wit poeder door de straat en alle sculpturen in wit die je ziet veranderen steeds weer van vorm. De voordeur moest ik maar niet open doen denk ik.

08:00. Ontbeten, koffie gedronken, dik ingepakt en in ga buiten kijken. ’t Waait nog steeds flink. Er ligt een wit poeder in de tuin dat stroef aanvoelt. Het komt soms tot mijn knieën, soms tot mijn middel, dan weer tot mijn enkels. Heel grillig. Boom buren inderdaad op tuinhuisje van hun andere buren geland. Voorkant huis min of meer in een manshoog sneeuwduin ‘ingepakt’ maar dat is óók een vorm van isolatie, bedenk ik me. Goed dat ik de voordeur niet heb open gedaan.

09:30. Het is nu licht, maar de wind en de sneeuw nemen gek genoeg weer toe. Zat ik dan even in het ‘oog’? Zou dat kunnen? Geen auto is meer herkenbaar. Ik weet welke bobbel de mijne is. Ineens zie ik mezelf midden in de zomer puffend over deze straat lopen terwijl het 32 graden is en dat levert mentale kortsluiting op: hoe kan dit? Ik ga weer naar binnen.

11:00. Uren giert de wind weer om het huis. Buiten zie je niets meer dan wit stof in verschillende snelheden voorbijvliegen. Het raam aan de straatkant is nu bijna helemaal ingesneeuwd door het duin dat hoger en hoger wordt. Ik moet af en toe de keukendeur opendoen om een pad vrij te houden naar mijn hout. Conservatief schat ik dat er 40 cm is gevallen hier. Of toch 30? Of meer?

12:30. Het licht ging even aan, maar toen meteen weer uit. Zijn we wel gewend.

13:45. Licht gaat weer aan en blijft aan – 15 minuten ongeveer en dan wordt het weer stil. Maar de verwarming heeft even gedraaid en wij zijn er met onze ruggen tegenaan gaan zitten. Tact woonkamer steeg snel van 3 naar 9 graden zag ik op de thermostaat. De wind lijkt nu toch echt minder te worden! Eindelijk!

14:30. Er verandert iets in het weer: de wind wordt duidelijk minder maar het sneeuwen wordt juist intensiever. Is dit het ‘tot stilstand’ komen van de depressie? Zo ja: hoe lang gaat het nog door?

15:00. Ik ben ook een sukkel. Ik had nieuwe batterijen gekocht en ja: als je die ook gebruikt dan doet je weerstation het weer. Ik schrik. Tact buiten: -9,9. Binnen: 2,2.

16:00. Het sneeuwt nu HEEL ERG HARD in fijne dichte vlokjes. De laag buiten groeit en groeit. Ik schat dat er in dit tempo per uur minstens 7 cm bij valt.

16:45. En toen was het klaar. Ineens sneeuwt het bijna niet meer. Gek genoeg vindt iets in mij dat tóch jammer. In het noorden zie ik de bewolking breken. De wind neemt snel af. Het wordt onwerkelijk stil na anderhalf etmaal herrie en geweld.

17:00. Volkomen onbewolkt en stil buiten. Ik ga hout pakken en dit is onwerkelijk; ik schat dat er MINSTENS 60 cm sneeuw ligt in mijn tuin, op de egale plekken. De voorkant van mijn huis is onherkenbaar, de straat bestaat niet meer. Waar ooit auto’s stonden zijn zachte bobbels in een wit, egaal veld te zien. De laatste uren sneeuw hebben de scherpe randjes van de sneeuwvormen die door de wind waren gemaakt afgehaald. Het is volkomen stil onder een indigo hemel met twinkelende sterren. Als ik naar binnen loop on de temperatuur te checken floept het licht aan. En het blijft aan. De verwarming springt aan, de server gaat weer draaien, apparaten zeggen ‘piep’. Buiten is het -12,3 graden. Binnen wordt het snel warmer.

18:00. En toen ging de telefoon. Mijn vrouw had op de bonnefooi een oude vriendin in Leiden bezocht (dat was al een martelgang om daar te komen) en ze hadden het samen uitgezeten. En hoewel ook zij zich zorgen hadden gemaakt, hadden ze een heerlijke en knusse avond gehad. Godzijdank!

19:30. Nog steeds geen TV en geen internet en geen data. Ik her-ontdek het good old sms’en. Op de radio wordt langzaam duidelijk wat zich in Nederland de afgelopen etmalen heeft afgespeeld: het is met recht een nationale ramp te noemen. Om dat te illustreren zal ik later de krantenartikelen toevoegen: die geven een beter beeld dan wat ik kan vertellen: mijn actieradius is maar 100 meter geweest – en nog niet veel groter. De berichten uit heel Nederland klinken rampzalig. Maar niemand weet iets. Vanavond lees ik dan maar een boekje, gezeten op een elektrische deken. Tact nu -12,8.

 

Leken we de afgelopen maandag nog op een rustig weekje winterweer af te stevenen, vandaag, woensdag, ziet dat er totaal anders uit. Waar GFS al een paar runs op hintte wordt nu ook door EC ondersteund en de ontwikkeling zal ongeveer als volgt zijn:

Het Scandinavische hoog zal zich westwaarts verplaatsen en fuseren met een nieuw, vanuit de pool ondersteund, Groenlands hoog. Daarmee komt de weg vrij voor een diepe en ijskoude depressie die, als de je kaart van het noordelijk halfrond bekijkt, eigenlijk zo’n beetje de pool is overgestoken. Via Finland en de Oostzee koerst die diep-paarse bel wéér op onze regionen af, en de overgang van koud naar veel kouder weer zou spectaculair moeten verlopen met sneeuw, veel wind en andere ongemakken. Deze koude depressie zou boven Noord-Frankrijk stuklopen en als koudepoel blijven liggen. Er achter zou De Beer zich ermee gaan bemoeien: die ligt al weken boven Siberië klaar en lijkt nu, diep in februari, zijn klauwen richting Europa te gaan uitslaan. De Beer is een enorm hogedrukgebied van soms 1060 hPa gevuld met zware, droge en intens koude lucht. Het hele systeem zou zich westwaarts moeten verplaatsen zodat we, na de mogelijke zóveelste sneeuwstorm, opnieuw in de diepst denkbare wintertoestanden zouden belanden onder een stilstaand en afkoelend hogedrukgebied .

De vijfdaagse van het KNMI is dan ook snel veranderd en niet misselijk:

           do    vr    za    zo    ma
tx         -5    -6    -5    -4    -6
tn         -8    -12   -11   -13   -13
wind       no3   no 7  o 6   o 3   o 3
neerslag   40%   70%   60%   30%   20%

Inslaan

In de media breekt meteen een hijgerige rel uit: moet de toertocht nou wel of niet doorgaan? Maar het Elfstedenbestuur hakt vandaag nog de knoop door en de tocht wordt, gezien het verwachte weer, opnieuw en tot nader order uitgesteld. Ik denk dat dat een wijs besluit is want hoewel we deze winter al flink wat gewend zijn geraakt, zijn we óók kwetsbaar geworden als land: alles doet het weliswaar, maar het is nét aan. Er hoeft maar iets te gebeuren en alles staat weer stil, zonder dat we over dezelfde reserves beschikken als, zeg, twee maanden geleden.

Ik besluit in elk geval op een rustig moment naar de supermarkt te gaan om het nodige in te slaan: pasta, tomaten in blik (veel), kaas, chocola, 5 pakjes boter, meel, gist, spiritus, zout, kaarsen, 5 broden (die leg ik gewoon buiten bij wijze van diepvries) en veel vlees- en groenteconserven. En een fles jenever. Mijn hele achterbak is vol met drie klapkratten. Mijn voorraadkast puilt werkelijk uit, maar dat zal me een biet wezen. Zoals mijn schoonmoeder zegt: ‘beter méé verlegen dan óm verlegen’. En zo is het. Dit keer ben ik voorbereid.

Op donderdagavond vliegt Weerwoord zichzelf in de haren over het verloop en de koers van de op ons afdenderende depressie en de gevolgen ervan “Je denkt toch niet” relativeert Leiden, “Dat ik verwacht hier aan de voorkant van mijn huis ook maar één vlokje te zien?”. Frank zegt ‘bang’ te zijn voor het naderende geweld. Als je de treksnelheid van het systeem ziet én het geweld waarmee het gepaard gaat kan ik daarin meegaan. Ik baal als een stekker van m’n glij-ijs (het lijkt wel alsof het niet mág in de 21ste eeuw, mopper ik) maar ik ben als weerfreak wel gefascineerd door wat er gaat gebeuren. Seppie voorziet ‘minstens een meter sneeuw en sneeuwduinen tot 4 meter hoog bij -15’.

Alarm?

’s Avond krijg ik – voor het eerst – een NL-alert op m’n telefoon binnen. Het bericht luidt: “Zwaar weer op komst. Zet uw televisie of radio aan”. Hogelijk verbaasd doe ik dat, en ik zie een stilstaand beeld van een bevroren hofvijver, met eroverheen de tekst: ‘Over enkele ogenblikken volgt een belangrijke mededeling’. Mijn geest begint te razen. Is er oorlog? Een aanslag geweest? Iets anders? Nee het gaat natuurlijk over het weer! Mijn vrouw en dochter en ik kijken naar dat stilstaande beeld en dan begint de uitzending.

In het begin gaat het mis, want we zien een jongedame de lok van de Minister-President van zijn voorhoofd kammen en met een sponsje zijn voorhoofd deppen. Dan weer die Hofvijver, maar dan begint het. We zien een serieus kijkende Rutte, die diep adem haalt en begint.

“Beste Nederlanders, beste bewoners van ons mooie land. Deze uitzonderlijke winter heeft al veel van u gevraagd. Ook heeft deze winter een groot gevoel van saamhorigheid teweeg gebracht. Dat laat zien hoe wij Nederlanders zijn en waar wij zo goed in zijn: samenwerken. Sámen (hij maakt een duwend gebaartje) zullen we ook de komende dagen moeten doorstaan. Naar ik begrijp van onze weerkundigen zal de komende 48 uur opnieuw in het teken staan van zware winterse ontberingen. Uw regering doet wat zij kan, maar zij kan niet overal zijn. Er zal schade zijn, er zullen ongemakken zijn. De afgelopen maanden hebben een zware wissel op ons land getrokken. Toch zal ook dit nieuwe feit ons er niet onder krijgen. Ik vertrouw erop dat we sámen (weer dat duwende gebaar) ervoor zullen zorgen dat het leed zo makkelijk mogelijk te dragen zal zijn. Weest elkaars hoeder. Check uw buren en familieleden. Zorg dat u uw voorraden op peil heeft. Ga niet onnodig de weg op, en houd een radio bij de hand. Onze wapenspreuk is niet voor niets: je maintiendrai – ik zal handhaven. Ik verwacht niet anders, dan dat wij deze oer-oude spreuk in deze barre tijden gestand zullen doen…”

En dan weer dat beeld van de Hofvijver. Er achteraan komt meteen een veel te blije en opgetogen Gerrit Hiemstra met een bijzonder weerbericht, waarin hij uitlegt wat er verwacht wordt: een sneeuwstorm die tot 36 uur kan aanhouden. Daarbij een storm uit het noord-noordoosten. De verwachte neerslaghoeveelheden variëren van 20 cm tot 40 cm, maar het zal vooral de harde wind én de rap dalende temperatuur zijn die het onmenselijk bar zullen doen aanvoelen. Hij drukt ons op het hart om vooral binnen te blijven (dat maak ik zélf wel uit, roep ik opstandig naar de TV) en het nieuws te blijven volgen. Vanaf morgen, vrijdag 09:00 uur ongeveer wordt het enorme systeem in Groningen verwacht, waarna het vertragend over het land zou trekken. Er wordt voor het noordoosten oost 8 tot 9 verwacht bij temperaturen dalend tot -9. Voor het midden van het land wordt iets minder wind verwacht (‘maar toch nog uitschieters tot 7 Beaufort hoor!’ roept een van opwinding stuiterende Hiemstra), maar wel weer meer neerslag. Ik zet de TV maar uit, klap de laptop open maar, ziende de ontploffing op twitter en andere sociale media en de meteen uitbrekende ruzies op Weerwoord, weer snel dicht. Mijn plan voor morgen: als het echt bar wordt water maar weer aftappen en hoofdkraan dicht. Bad wel eerst tot de rand vullen met water. Ontbrekende voorraden inslaan. Proberen nog wat werk te doen (een deadline is al 4 keer verschoven omdat er nauwelijks tijdschriften worden gedistribueerd maar aan mij zal het nu niet liggen) en dan wachten.

Ik beken eerlijk dat ik het ook héél, héél spannend vind allemaal. Het is dus niet zozeer het extreme weer, als wel de combinatie met de uitgeputte voorraden her en der die deze uitzonderlijke situatie hebben gecreëerd. Binnen zoemt de verwarming en de haard knappert. Buiten is het donker en lekker koud maar gewoon: met -6,8 best te hebben. Het waait nauwelijks. Er is niets dat doet vermoeden dat er morgen iets groots gaat gebeuren, en dus ga ik eerst nog in een ziedend heet bad liggen nu het nog kan, en dan naar bed.

 

Nadat de gehoopte en voorspelde dooi niet had doorgezet, zijn de lage landen ‘gewoon’ weer diep in de vorst gedompeld. Weliswaar niet zo extreem als in de eerste week van februari, maar het weeroverzicht van maandag 13 februari luidt als volgt:

“In de komende week een verdere verscherping van de vorst. ’s Nachts eerst matige, later ook strenge vorst, overdag meest lichte, soms matige vorst. In het algemeen weinig neerslag”. En daarmee moeten we het doen.

Daarbij wordt de volgende tabel afgedrukt:

            ma    di    wo    do    vr
tx         -1    -3    -4    -3    -6
tn         -5    -7    -8    -8   -10
wind       no 3  no 3   o 4  no 3  o 3
neerslag   20%   30%   20%   30%   40%

Het ziet er dus naar uit dat een weekje droge vorst krijgen zonder de belachelijk lage temperaturen die we eerder deze winter meermalen hebben meegemaakt. Ik blader nog eens terug in mijn winterdagboek om te kijken hoe het in november ook alweer allemaal beginnen was. Uit mijn dagboek:

Op de weerkaarten duikt regelmatig hogedruk op in de regio Groenland maar, doordat de systemen te westelijk liggen komt de Benelux in de zuid-noordgerichte warme kant van de scheidslijn tussen koude en warme luchtmassa’s te liggen. In Ierland is de winter al begonnen. Op een paar nachtvorstjes in een rustig verlopende herfst na, is er bij ons weinig winters te bespeuren.

Een paar dagen later was dit systeem naar het oosten opgeschoven en kregen we de eerste brute winterinval, die toen nog tot opwinding en vreugde op het weerforum leidde. Inmiddels zijn we zo gewend geraakt aan negatieve temperaturen en het maatschappelijke ongemak dat erbij komt kijken, dat ik van zo’n meerdaagse als hierboven nauwelijks meer opkijk. Deze vorst stelt niet veel voor in verhouding tot wat we te verduren hebben gekregen en, omdat de mens zich nou eenmaal aanpast, noem ik alles bóven de -10 graden ‘Terrasjesweer’.

Droge vorst

Doordat bijna alle sneeuw is weggedooid de vorige week – op wat flinke bulten her en der na – komen we nu in een ander winterregime, een dat mij het meeste aanstaat: droge vorst, zoals ik me dat herinner van februari 1986 en december-januari 1996-1997. Al jaren heb ik gezeurd om zwart glij-ijs en, op de plekken waar op het ijs de sneeuw is weggedooid (lang niet overal) ontstaan een pikzwarte, gladde ijsvloer zoals ik het graag zie. En ijs is er nog steeds overal: de korte en hevige dooiaanval van vorige week (met één dagje t-shirtweer) was niet bij machte de soms halve meter dikke ijsvloer serieus geweld aan te doen. En na een paar nachtjes lichte en soms matige vorst is alles weer strak en hard opgevroren, zodat Nederland weer één bevroren, keiharde vlakte is. De vele polders waar het water niet weg kon zijn zijn veranderd in ijsvlaktes. In de sloten in de schaduw zie je nog wel sneeuwresten die gedooid, ingeklonken, nat geworden en nu keihard bevroren zijn. In mijn tuin leeft nog steeds de Bult Die Alles Zag en die is ontstaan in het vorige kalenderjaar.

Nederland komt ook langzaam weer op gang. De rustpauze in het winterweer heeft de beschaving de tijd gegeven zich enigszins te herstellen. De laatste black-out is alweer een dag of tien geleden, er stroomt weer water uit de kraan en zelfs de supermarkten beginnen weer wat vollere schappen te vertonen. Treinen rijden weer volgens de dienstregeling ‘als er een trein is gaan we kijken of -ie het wil doen’ en ook daaraan heeft Nederland zich aangepast. De binnenvaart bestaat niet meer en daarmee is de aanvoer van olie nog steeds serieus in de problemen. Een liter benzine kostte vandaag € 4,98 maar er wordt niet veel gereden: de economie staat op een laag pitje door alle ongemakken én de meeste snelwegen zijn in een desastreuze toestand met vorstgaten, scheuren en wat niet al. Ik vraag me af wat de uiteindelijke schade blijken te zijn als het een keer lente wordt. Lente! Voor het eerst merk ik dat ik snak naar de eerste warme dagen, naar een zonnetje en naar narcissen. Maar zover is het nog lang niet.

Deze rustpauze wordt door het Elfstedenbestuur aangegrepen om dan éindelijk de toertocht te laten rijden die, alweer aan maand geleden, was losgekoppeld van de wedstrijd en die staat gepland voor vrijdag 19 februari. Het KNMI verwacht, zoals gezegd, een relatief rustig winterweekje. Als ik ’s avonds echter een rondje modellen ‘doe’ vind ik dat nogal een gok: ja, nu ligt alles er rustig en vredig bij, met een fraai droog hogedrukgebied  boven Scandinavië en lagedruk in het zuidoosten van Europa, maar deze winter zien we steeds het patroon dat dat hogedrukgebied zich richting Noorse Zee verplaatst en in de achterkamer ijs- en ijskoude én relatief vochtige lucht onze kant op getransporteerd wordt. Die patronen zijn deze winter erg hardnekkig en GFS zinspeelt al een aantal keer op precies zo’n scenario aan het eind van de week. Dan zou er wéér zo’n brute kou-inval met sneeuw, bulderende ooster en dalende temperaturen komen zoals we die deze winter al een aantal keer gezien hebben. Ik ben er niet helemaal gerust op, maar ach: dat zien we over een dag of vijf wel weer. De kaart van vandaag laat in elk geval – in mijn optiek dan – nog alles open. We zullen zien.

Voor het eerst in weken lijkt er wat te veranderen op de weerkaarten. Vanaf Newfoundland stroomt koude lucht de oceaan op en vormt daar depressies, iets wat in geen maanden (behalve rond kerst) gebeurd is. Eindelijk wordt de oceaan ‘onrustig’. Ons hogedrukbolwerk, dat grosso modo van Groenland naar West-Rusland liep, wordt steeds verder naar het oosten gedrongen, maar vooralsnog lopen de depressies zich bij Ierland stuk op die muur van hogedruk. Bij ons is de stroming nu meer zuidoost, maar in Europa is het overal koud, dus ook bij ons. Daarnaast lijkt de Polar Vortex zich te hergroeperen, althans: volgens de modellen. Al met al lijkt er een einde aan de eindeloze winter te komen en ik denk dat er werkelijk niemand is, die daar een probleem mee heeft.

Ik zit zelf sinds eind januari zonder stromend water – de toevoerleidingen zijn dichtgevroren en daar helpt geen lieve moeder aan. Daarnaast zijn we de kou allemaal wel zat. Het kost geld, levens, ongemakken en wat niet al. Ja, de saamhorigheid is leuk, ja, de wereldproblemen lijken even non-existent (wat in de praktijk niets uit blijkt te maken) en ja: uitzonderlijk weer is altijd spannend. Maar op enig moment is het uitzonderlijke niet uitzonderlijk meer. Dus wordt, ook op Weerwoord, met brede consensus gehoopt op dooi en, op een enkel tussenrunnetje na: daar zijn alle grote modellen het wel over eens.

De dooiaanval zou als volgt in zijn werk moeten gaan: een venijnige depressie bij IJsland (955hPa!) zou over een dag of drie de frontale aanval op ons steeds verder naar het oosten schuivende hogedrukgebied openen en daarin slagen. Daarmee zouden we eindelijk in een zuidelijke stroming belanden die warme maritieme lucht zou aanvoeren en daarmee zou de kous af zijn en deze wintergruwel eindelijk ten einde zijn. Ik hoop het van harte. Voorafgaand aan de dooiaanval wordt op uitgebreide schaal zware sneeuwval verwacht.

De media zijn in elk geval opgetogen. “EINDE AAN MARTELGANG” kopt De Telegraaf. “DOE MAAR WEER GLOBAL WARMING” brult GeenStijl. Ook op de journaals gaat het nergens ander over. Wat zullen de gevolgen zijn? Kan het water weg? (men herinnert zich kerst nog). Hoeveel schade was er in heel Nederland? Niemand die het weet, maar iedereen wil dooi.

Het verloop

Dinsdag 7 februari

Na een nacht met Tmin van -10,3 voelt het anders aan buiten. Vochtiger, zwaarder. Op de een of andere manier knispert en sprankelt alles minder, hoewel het nog een graad of 4 vriest. De lucht is dof en grijs. Voor het eerst in tijden hoor ik het suizen van de A12, wat betekent dat de wind is gedraaid naar het zuiden. Het sneeuwt licht, maar de vlokken zijn zwaarder en groter dan wat de afgelopen weken gewend zijn geraakt. Plakkeriger ook. Rond 11 uur begint het zwaar te sneeuwen en nu begrijp ik de eskimo’s met hun ik-weet-niet-hoeveel termen voor sneeuw, want dit is echt ander spul dan het pluizige, stoffige goedje dat we de laatste weken gewend zijn geraakt. Deze sneeuw plakt aan alles en waait ook niet weg. Tussen 11:00 uur en 13:30 valt er ongeveer 8 cm zware plaksneeuw en ik zie de temperatuur omhoog vliegen. De vlokken worden groter en groter en deze plaklaag duwt de fijnstoffige sneeuwlaag van de afgelopen weken in elkaar. Dus hoewel er sneeuw valt, wordt de sneeuwhoogte minder.

Als ik op de actuele kaart kijk zie ik dat Vlissingen als eerste gevallen is: met +0,2 graden is dat het eerste stukje groen op de kaart dat we in weken gezien hebben. Als ik later in de tuin sta (en het sneeuwt maar door hoewel ik het warm vind aanvoelen buiten) zie ik de takken van een boom nat worden en een streep kleddernatte sneeuw van een tak glijden en weet: Bødegråvn is weer Bodegraven. Op Weerwoord meld ik dat ik in korte broek de tuinstoelen ga buitenzetten – hoewel ik de schuur helemaal niet in kan door alle sneeuw die daar nog ligt. De temperatuur loopt op tot +2,1 maar valt, als het donker wordt toch weer terug naar waardes onder nul om 23:11 uur. Met als gevolg een onduidelijke, natte en weer her-bevriezende prut buiten en auto’s die onder een ijskorstmengsel komen te zitten.

Woensdag 8 februari

Het dooit, dat is me meteen duidelijk als ik wakker word. Ik hoor een geluid dat ik al lang niet meer gehoord heb: gedruppel. Vreemd dat zoiets gewoons zo snel zo ongewoon kan worden. Op de een of andere manier doet me dit goed. Daarnaast waait het behoorlijk, maar nu eens uit het westen. Het regent zachtjes en het voelt onwerkelijk lauw aan buiten. Bijna voorjaarsachtig – hoewel het slechts 4,8 graden is. Maar dat is zowat 20 graden hoger dan de vorige week. Ik sta met gesloten ogen dankbaar de lauwe druppeltjes op mijn wangen te incasseren. De massa sneeuw in mijn tuin klinkt flink in en wordt een vieze natte flubberige slush; het water kan door de stijfbevroren grond ook nergens heen. In heel Nederland is wateroverlast, maar dat was te verwachten. Toch wordt het niet zo erg als rond kerst – toen lag er toch wel meer sneeuw en werd het in één klap veel warmer, met veel meer regen. Maar de witte wereld wordt nu snel grijze prut en iets in mij vindt dat toch jammer. Naar de avond loopt de temperatuur op tot een ongekende +9,3 graden en ook dat gevoel ga ik buiten staan incasseren. Het dekzeil over mijn houtstapel wordt weer zichtbaar en hier en daar zie ik weer structuur in de borders ontstaan, waar sommige planten boven de snel slinkende sneeuwprutlaag uitkomen.

Donderdag 9 februari

Vandaag is een werkelijk absurd voorjaarsachtige dag! Op de weerkaarten is ‘ons’ hoog boven de Alpen beland en wij zitten in een diepe zuidelijke stroming. Daarbij schijnt een zonnetje. De sneeuw verdwijnt snel – behalve op schaduwplekken én die ene bult in mijn tuin van november; De Bult Die Alles Zag En Overleefde. Dat is zo’n keiharde klomp ijs, die is niet zomaar weg. Het KNMI verwacht voor vandaag: “Zonnige perioden bij een zwakke wind uit zuidwestelijke richting. Middagtemperaturen van 8 graden langs grote wateroppervlakken (dat is nog steeds ijs, denk ik grimmig) tot 16 graden in Zuid-Limburg.”

Van het drinkwaterbedrijf krijgen we een brief: of we de watertoevoer afgesloten willen houden. Het plan is de ijsprop met een of ander goedje op te lossen om de watertoevoer weer tot stand te brengen. Als dat gelukt is, krijgen we dat te horen. Ik ben sowieso benieuwd of niet alle leidingen stuk zijn, maar ik heb wel tijdig het hele systeem leeggetapt én de hoofdtoevoer afgesloten dus ik heb goede hoop.

De straat is nu weer zichtbaar en de sneeuwhopen op de stoepen slinken, maar minder drassig en nat dan gedacht door de droge lucht waarin we ons bevinden. Volgens mijn sensor is het nu 14,2 graden buiten maar het voelt als 25. In een t-shirt gaan mijn vrouw en ik naar het ijs kijken op de Rijn. Die ligt nog helemaal dicht zo te zien. Ik wil er even op gaan staan hoewel het een natte bedoening is, doe ik dat ook. De laatste keer dat ik in t-shirt op het ijs stond was in 1979 en nu dus weer. ’t Kan verkeren!

In de modellen ontstaat nu toch weer onduidelijkheid: een groot deel van de Members laat het voorjaarsachtige weer voortduren, een ander deel ziet iets anders en unieks: het hoog zou na zijn verblijf boven de Alpen toch weer naar het westen wandelen, zich bij Engeland oprichten en, met de klok mee, weer naar Scandinavië  kruipen, maar die beweging heeft niemand ooit gezien dus dat lijkt onwaarschijnlijk. Behalve die ene ouwe houwdegen op het forum die zegt: “Zeg nooit nooit. In 1947 ging het precies zo”. “Het weer heeft geen geheugen!” fakkelt Leiden hem af. Doetinchem sméékt om ‘verzengende hitte’. Seppie waarschuwt “jongens er kan nog van alles. ’t Is pas februari”. Ik geloof het verder wel en hoop op stromend water, morgen. Eindelijk weer eens in bad!

KNMI: “Aanhoudend wisselvallig weer met af en toe een bui. Aanhoudend te warm voor de tijd van het jaar. Vannacht rond het IJsselmeer op uitgebreide schaal mist. Morgen toenemende wind uit westelijke richtingen.”

Vrijdag 10 februari

Vandaag een gewone februaridag: Tmax 6,9 graden (wat nog steeds lekker warm aanvoelt) en verder weinig neerslag. Van het waterleidingbedrijf krijgen we bericht dat we de hoofdkraan mogen opendraaien en, als er geen lekkages zijn, we de kranen minstens 5 minuten moeten laten lopen. Met spanning draai ik de hoofdkraan open en ik luister: niets. Ik check alle kranen en plekken waar ik leidingen weet om te zien of er natte plekken verschijnen: niets. Juichend doe ik de kranen open. Er komt eerst een soort bruine prut uit, maar gaandeweg wordt het water meer en meer helder. Na 5 minuten vind ik het welletjes en doe ik de warme kranen aan. HET WERKT!!!! Ik laat meteen een bad onnoemelijk schofterig vollopen met schuim erbij en ik ga een ruim uur liggen weken in deze onbeschrijfelijke luxe. Heerlijk!

Op de weerkaarten lijkt het onmogelijke toch een beetje mogelijk: het hoog ‘ontsnapt’ naar Engeland en lijkt zich daar in die regio op de gaan houden. “Gedver, een Bartlett” sombert Voorhout. “Daar komen we in geen maanden van af” weet Leiden. “Der Hammer ist zurück!!!” jubelt Seppie. Het maakt me eerlijk gezegd geen zak uit; we hebben weer water, warmte en stroom dus ik kan er weer tegen. Die dooi is ook maar niks.

Zaterdag 11 februari


Zou het dan toch? De pluimen zijn de afgelopen dagen toch weer omgegaan naar meer winterse waardes. De Oper ligt in het midden, maar het merendeel laat toch weer winters weer zien, met overdag temperaturen rond of onder nul, en ’s nachts weer matige (en volgens sommige leden strenge) vorst. Zou het? Het ijs ligt er overal spiegelglad bij: de sneeuwlaag is geheel gesmolten en verdwenen, het ijs is op de meeste plaatsen nog minstens 20 cm dik. Met twee nachtjes vorst zouden we de mooiste ijsbaan ooit kunnen hebben – krijg ik dan eindelijk, eindelijk mijn zwarte glij-ijs?

Het hoog richt zich op en punt aan naar het noorden. Wij bevinden ons vandaag in niemandsland maar het voelt toch weer winters aan: overdag nog +3,2, maar voor vannacht staat er weer lichte vorst op het programma. Ik begrijp helemaal niets van deze winter. Gaan we nou wéér beginnen?

Zondag 12 februari

Waar velen hoopten dat deze vreselijk hardnekkige winter na deze week definitief de nek was omgedraaid, is de realiteit wel even anders. Wat drie dagen geleden nog een ‘Belachelijk scenario’ werd genoemd blijkt nu meer dan bewaarheid. Het hoog is na zijn wandelingetje door Europa weer in Scandinavië beland en heeft aansluiting met De Beer gevonden die, met spierballen van 1045 hPa en meer, ligt te wachten op nog een avontuurtje. En om zijn intenties duidelijk te maken wordt de volgende bel met gortdroge diepvrieslucht op transport gezet. Waarheen? Naar onze regionen, zo het lijkt. De Oceaan is weer ingeslapen, de Polar Vortex heeft zich niet geformeerd; we zijn weer terug bij af. Op wat verdwaalde bulten her en der na, is de sneeuw verdwenen. Polders staan deels onder water omdat er niet bemalen kan worden en het water niet goed de grond in kan. Om 16:50 zie ik op de actuele temperatuurkaart het laatste stukje Nederland weer blauw kleuren; we zijn weer terug bij af.

Ik kijk nog even wat het KNMI denkt: “De komende week verdere teruggang in temperatuur met overdag temperaturen rond of onder nul, ’s nachts meest matige vorst. Weinig neerslag”. Dat wordt schaatsen.