Heel langzaam veert Nederland op van de laatste arctische inval. Maar in de laatste twee dagen lijkt de hulpverlening in een stroomversnelling te zijn gekomen. Mannen met onbeschrijfelijk veel borsthaar hebben dag en nacht gewerkt om de meeste A- en N-wegen sneeuwvrij te maken en dat is op vrijdag 24 februari zo goed als gelukt. Ik heb ze zien zwoegen, dus ik snap hoeveel werk hier verricht is.

Ik ben inmiddels gewend geraakt aan het geluid van helikopters die voorraden door het hele land verspreiden. En gisteren was ook ons dorp aan de beurt. Twee Chinooks van het Amerikaanse leger hebben op het terrein van de voetbalclub een ‘hub’ en voeren van alles en nog wat af en aan. Daarnaast worden morgen eindelijk de eerste vrachtwagens van onze supermarkten verwacht. De bakkers zouden ook weer hun eigen graan moeten krijgen – hoewel ze zich nu behelpen met het industrie-graan dat per helikopter de afgelopen etmalen is aangevoerd. En dat ze ‘rotzooi’ noemen. Maar er is tenminste brood. Wit, klef bevrijdingsbrood.

Omdat de treinen nog niet rijden probeer ik, nu een volle week later, alsnog mijn vrouw uit Leiden op te halen. Mijn telefoon is opgeladen, ik heb een half tankje diesel, een deken bij me en, met mijn dochter naast me, gaan we de rit maken. Het is iets dat ik nooit meer zal vergeten.

De Rit

Ik vertrek om 08:45 uur. In het oosten schemert het vaag. Buiten is het -10,5 (mijn auto meet in halve graden), ik zegen het concept van voorruitverwarming en glibber de straat uit. Waar ik eerder geen N11 meer herkende en er een dik, wit donzen dekbed lag, wordt dat nu doorsneden door de scherpe lijnen van de diep in de sneeuw uitgefreesde weg. Verder is het landschap kenmerkloos, op wat boomgroepen en windmolens na. Er hangt nevel boven de sneeuw. Het is best druk op de weg, maar iedereen rijdt keurig en anticiperend. Ik zie nergens asfalt, alles is wit. Binnen een uur ben ik bij Leiden. Daar wordt met borden aangegeven dat de noordkant van de stad via de singel niet bereikbaar is. Maar daar moet ik niet zijn. Als ik bij de Utrechtse Veer Leiden inrijd is het eerste wat ik denk: waar zijn de grachten gebleven? Ik heb hier gewoond. De winter van 1996 meegemaakt. Eindeloos geschaatst. Maar dit: er ligt hier véél meer sneeuw dan bij ons. Het verschil tussen straat en gracht is er niet. De sneeuw reikt soms tot aan de top van de bruggetjes, waardoor er daaronder een soort oog ontstaat waar het vage licht doorheen valt. Alleen aan de huizen kun je zien waar je bent. Heel raar.

Als ik mijn vrouw na een week eindelijk kan omhelzen (wat heb ik haar gemist) voel ik hoe koud ze is; véél kouder dan ik. Ik neem haar meteen de auto in (die is nu ongeveer 30 graden) en ze vertelt: dat er al twee dagen geen verwarming was. Dat ze de afgelopen twee dagen op pinda’s en water hadden geleefd. Dat ze me niet ongerust wilde maken. En hoe het met onze dochter is.

De intocht

Als ze thuiskomt moet ze van mij verplicht een uur in een warm bad gaat liggen met een warme emmer koffie en iets te eten (knakworstjes). En dan ga ik iets lekkers koken. Is het plan. Een warme lunch. Met knakworstjes. Ik inventariseer de voorraden en  terwijl ik een ui sta te snipperen hoor ik lawaai van buiten: gejuich, vuurwerk. Wat is hier aan de hand? Dus ik ga kijken.

Het blijkt een colonne te zijn van veelsoortige voertuigen: vooraan wat groene legervoertuigen, een politiebusje en een paar vrachtwagens: een gele van de Jumbo en een blauwe van de Albert Heijn. Daarachter een aantal onduidelijker toeleveranciers. Daarachter weer wat legervoertuigen en dan een politieauto. Het lijkt wel de intocht van ons najaarsfeest. Mensen zwaaien, chauffeurs zwaaien terug. Het hele dorp loopt uit. Ik zie zelfs een kletsnatte, keurige heer in ochtendjas en zijn sloffen nog aan de kou voor zijn huis trotseren en blij zwaaien. Er stijgt een dampkolom op vanaf zijn hoofd – die móet onder de douche gestaan hebben en naar buiten gerend zijn. De kou van dat moment (ik denk iets van -6) voelt niemand meer: we zijn het gewend én deze eenheid is hartverwarmend. Als ik terugkom maak ik de warme lunch af: Pasta met tomatensaus, veel boter (had ik nog), parmezaan (had ik ook nog) en, natuurlijk, knakworstjes. En een vitaminepil voor iedereen. Gelukkig kan ik gewoon doorkoken als om stipt 12:00 uur het licht uit gaat – zoals dat is aangekondigd in het energiebesparingsplan van de regering. Maar het is eind februari, buiten schijnt de zon en de sneeuw reflecteert veel licht dus behoefte aan kunstlicht heb ik niet. En de kou die langzaam het huis begint te veroveren: we hebben véél erger meegemaakt deze winter, met gierende stormen, veel lagere temperaturen, nauwelijks daglicht, dus ach….

De rest van Nederland

Voor het eerst in dagen heb ik de behoefte om op nieuwsjacht te gaan en die begint bij Weerwoord. Wat is de situatie? Als eerste valt op dat er vanuit het noorden geen berichten komen maar dat klopt, omdat het noorden nog steeds zonder stroom, gas en internet zit. Er wordt wat afgespeculeerd, maar we gaan ervan uit dat de noorderlingen zich wel weten te redden. Er is niet echt een zwaartepunt van deze sneeuwramp aan te wijzen. Wel is het zo dat het zuidoosten er, met een centimeter of 35 en vooral veel minder wind, genadig van af is gekomen. De meeste sneeuw is gevallen in een brede strook die van noodoost naar zuidwest over Nederland loopt. In West-Vlaanderen is het ook goed mis: daar is de depressie tot stilstand gekomen en daar stationair leggesneeuwd. Kokstijde meldt ‘meer dan een meter’ sneeuw in ik geloof dat zó.

Het nieuws uit de steden is minder vrolijk. De stadsbewoners blijken toch minder bestand tegen het wegvallen van voorzieningen dan de rest van Nederland. Één dag geen supermarkt kan men nog aan, maar na twee dagen blijkt dat de waarschuwing van de premier om voorraden in te slaan, mede ook door het hoongelach van de media daarover, massaal in de wind is geslagen. En nu is men boos, nee: woedend. En verongelijkt. We zien beelden van colonnes voedseltransporten in Rotterdam die worden aangevallen door tientallen
mensen en weer rechtsomkeert maken naar waar ze vandaan kwamen: Rotterdam Airport, een van de plekken waar de voorraden voor de hongerende stad worden aangeleverd. Later zien we dezelfde colonne weer, maar nu beschermd door grimmig kijkende Franse militairen met de wapens in de aanslag. En dat werkt: op deze manier kan er van alles worden verspreid op de centrale distributiepunten, waaronder de inmiddels bekende ‘rijkswinterkoekjes’ met hun suikers en vetten en toegevoegde vitamines.

 

De media buitelen over elkaar heen in hijgerigheid, opportunisme en vingerwijzerij. Een selectie:

‘Europese solidariteit bevrijdt noodlijdende steden’ (NRC)
‘Nederland kan helemaal niets’ (Geenstijl)
‘Sneeuwstorm schuld van Trump?’ (De Volkskrant)
‘IS DIT GLOBAL WARMING?’ (De Telegraaf)
‘Naastenliefde in steden lijkt verdwenen’ (Trouw)

Gelukkig zijn de vooruitzichten op een snelle verbetering van de situatie gunstig: het weer blijft stabiel, droog en koud en de verwachting is, dat Nederland morgen weer bevoorraad kan worden. De in de steden aanwezige instabiliteit wordt in de kiem gesmoord door zowel de aanwezigheid van militairen als de kou – men blijft toch liever binnen.

Weer

Op de weerkaarten zien we op termijn een verandering optreden: ‘ons’ hoog, dat zich al drie maanden (met wat korte onderbrekingen) op noordelijke breedtes heeft weten te handhaven, lijkt meer Europa in te schuiven. Depressies zouden het hoge noorden weten te bereiken: een noordelijke westcirculatie. Daarmee zouden wij ingevangen worden in een zogenaamd ‘Eurohoog’: een ijskoude, stilstaande luchtmassa boven een diep, diepgevroren continent. Met weinig stroming. Omdat er in Noordwest- en Midden-Europa massaal hout, kolen en stookolie verbrand wordt zal de luchtkwaliteit wel snel afnemen. Maar dat zien we dan wel weer.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.