Onderweg in Chemosessie II heb ik al iets geleerd: de ene chemische ronde is de andere niet. Waar ik de vorige ronde nog net niet euforisch was, is het nu allemaal wat complexer en moeilijker.  Dat heeft natuurlijk ook te maken met verschillende uitgangspunten.

Voordat ik sessie I inging lag ik behoorlijk stevig in de kreukels en kon ik eigenlijk niet zoveel meer. Nu, achteraf, zie ik in hoe beroerd ik eraan toe was, maar op dat moment zelf was me dat eigenlijk niet zo duidelijk. Daarvandaan het Prednison-kanon ingeschoven worden is dan een grote verandering. Van -40 naar + 100 op de schaal van welbevinden. Pas naar het einde van die eerste drie weken manifesteerden zich de piepjes en kraakjes en pijntjes weer. Maar onvergelijkbaar veel minder erg dan voordat het chemisch feest begon. Het uitgangspunt voor ronde II was dus veel minder slecht. De bijbehorende Grote Sprong Voorwaarts dus ook. Er wordt natuurlijk een dreun uitgedeeld aan een systeem dat zich nét een beetje herstelt van een enorme dreun die is uitgedeeld en dat merk je toch wel. Aan piepjes en kraakjes en pijntjes.

100 naar 0

Gisteren was de gevreesde ‘afkicken in één dag’- dag en ik blijf dat een merkwaardig fenomeen vinden. In de bijsluiter van de Prednison staat onder meer het ‘verlies van het zelf’ genoemd en dat is een merkwaardige toestand waarin je liever niet wilt verkeren. Als ik in die ‘zone’ zit dan wéét ik dat ik mentaal chemisch gemangeld word maar kan daar niets tegen doen. Je bent op zo’n dag een straf voor je omgeving en ook voor jezelf. Als het fysiek ook maar enigszins mogelijk is ga ik die eerste prednisonloze dag van de volgende ronde ergens in retraite ter meditatie en rustigwording, want dit, met een razend raar hoofd en een huis vol mensen, is nauwelijks te velen – ’t is dat ik niemand iets aangedaan heb.

Ook dat nog

Bleken er gewoon twéé kankerlijers in huis te zijn. Onze lieve oude kat Parel was eigenlijk een buitenkat maar was de laatste weken uit het niets ineens heel sociaal geworden. Kwam op schoot, liet zich aaien. Alsof ze voelde wat er met mij loos was. Heel wonderlijk. Deze week werd ze ziek, kon niet meer poepen. Ze zat verstopt. De dierenarts wilde de verstopping er onder narcose uitmasseren maar belde vanmiddag: een darmtumor was de oorzaak. En ze was al onder narcose. ’t Beste was haar maar meteen niet meer wakker te laten worden. We hebben Parel niet meer teruggezien en hebben ook geen afscheid van haar genomen. Harry (de andere kat) begrijpt niet waar zijn geliefde pestobject is gebleven. Toch 14 jaar bij ons gehad dat rare beest.

Maar goed: ik moet dus ‘gewoon’ en ‘even’ wachten tot mijn lijf deze klap een beetje overwint. Veel water drinken, (te) veel eten (ik ben vetter dan ooit) en slapen als je voelt dat dat nodig is: we doen ons best. Nu hopen dat het weer verbetert zodat ik de tuin weer ingaan. Want in mijn gevangenis had ik twee uitwijkplekken: de tuin en de muziek. Met een vol huis (vakantie) valt de muziek een beetje af en met natte sneeuwbuien op je vleespet lekker buiten zitten is ook suboptimaal. Kwestie van geduld, dus.

 

 

2 antwoorden
  1. pascale
    pascale zegt:

    he getver….rouw (want ja om een kat die je veertien jaar hebt gehad heb je rouw toch?) en de tweede ronde chemo, wat een klotecombinatie. Liefs Pascale

    Beantwoorden
    • Micha
      Micha zegt:

      Ha Skwale, ja dat is toch even slikken. Sta je daar met man & macht de emoties buiten de deur te houden, stopt je halfdebiele maar goedbedoelende kat ermee.

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.